Posts tonen met het label Urbanisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Urbanisme. Alle posts tonen

07 mei 2007

Sarkozy. En verder?

Ik was geen fan van Ségolène Royal. In 1994 heb ik haar gehoord op een congres van jonge Franse ondernemers in Bourgogne. Geen enthousiasme.
Maar ik prefereerde haar natuurlijk boven Sarkozy. Het heeft niet zo mogen zijn.
In Nederland wordt in het algemeen onderschat, wat de Franse politiek betekent.
Ten Zuiden van ons, zullen er vijf jaar lang macho-achtige politieke interventies plaatsvinden in de Franse voorsteden.
Sommige politieke partijen (ik denk aan de PVV van Wilders) zullen daarvan profiteren.
Maar Frankrijk telt een behoorlijk aantal goede stedelijke wijk-practitioners, die zich niet zo maar terzijde laten schuiven.
Sarkozy zal niet zonder hen kunnen. Dat is de boodschap van vanavond.
Laten we solidair zijn met onze Franse collega's en laten we niet gebeuren, dat de immigranten van Frankrijk in een hoek gezet worden, waar ze niet horen.
Solidarité européenne - daar gaat het nu over!

16 maart 2007

Wouter Bos komt niet los

Bij de kamerverkiezingen van november 2006 en die voor de Provinciale Staten van onlangs, is de PvdA flink afgestraft door de kiezers. Ze zijn massaal overgelopen naar de SP. Wouter Bos trekt zich dat persoonlijk aan. "Ik heb gefaald", is z'n refrein.
Is dat zo? Ik denk van niet. Bos heeft gedaan wat-i kon. En wij konden weten, dat dat niet genoeg is, omdat de PvdA tot in haar ziel vertrut is. Bos is daar slechts de uitdrukking van.
Nu moet het verweesde partijbestuur (verweesd, want DE leider is minister van financiën geworden) ermee verder.

Dat is zowel een uitdaging als een zegen. De uitdaging is de ingewikkelde partijenverhouding en de zwakke positie van de nieuwe regering onder, nota bene, Balkenende (zie onze posten daarover). De zegen is de opening, die hierdoor wordt geboden aan de partijgenoten, die het 'beginselmanifest' van Delft willen uitdiepen. De door mij zeer gewaardeerde NRC-columnist Frits Abrahams zegt daarover op dinsdag 13 maart 2007 het volgende:

Leider

„Typeer hem nou eens”, zei Felix Rottenberg, „wat is hij voor leider? Is hij een leider?”[..] Wouter Bos is niet de ideale leider – voor zover er een ideale leider bestaat. Je zou wíllen dat hij het was, want hij maakt een sympathieke, fatsoenlijke indruk, maar ook na deze film blijf je met te veel twijfels over zijn leiderschap achter.
Misschien wordt hij als vakminister gelukkiger dan als premier, peinst Bos in de film. Ik geloof niet dat een ‘geboren’ politieke leider zoiets zou denken. [..]

Ik zag vooral een politiek leider die worstelde met de verwachtingen die anderen van hem hadden. Hij zou wel even de nieuwe premier van Nederland worden. [..]

Op het laatst moeten anderen hem vertellen wat de kern van zijn missie behoort te zijn. „Solidariteit, daar gaat het ons toch om’’, voegt collega Frans Timmermans hem toe, „daar zijn we toch voor opgericht?[..]

Ja, Frans Timmermans is één van de minder zwakke figuren, die onder Bos' leiding trachten om politiek te maken in Den Haag. Hij heeft het dan ook 'maar' tot staatssecretaris voor Europese Zaken bij de CDA-griezel van Buitenlandse Zaken, , geschopt. Bos' favorieten zijn meestal onbeschreven bladen. Dat gaat er nog om spannen in de nieuwe regering.

Abrahams over de VPRO-film van Rudi Boon cs:

Te vaak gaan de discussies over beeldvorming, te weinig over de essentie van de boodschap. [..]

Het jammerlijke is, dat de PvdA-boodschap in 2007 nauwelijks een 'essentie' hééft. Daar moet aan gewerkt worden. Bos heft het druk in de regering. De PvdA moet intussen herbronnen. Het CDA heeft een populistische boodschap, waarachter zich een conservatieve ideologie verschuilt. De SP is ook populisisch, maar vertoont de neiging om verantwoordelijkheid te nemen en dienovereenkomstig haar boodschap realistischer te maken.

Natuurlijk kan en mag de PvdA niet teruggaan naar de oude illusies van de 'maakbare samenleving'. Ze zou moeten aansluiten bij initiatieven van onderop en aangeven, wat ze daarmee kan en wil doen in de landelijke politiek. Ella Vogelaar is minister voor Grote Steden (en Integratie) geworden. Daar liggen kansen, zowel voor de dagelijkse praktijk als voor de ontwikkeling van een beter program in partijverband.

We komen erop terug. Tot vervelens toe.

17 februari 2007

Mijn vader werd 90 jaar


Jan D. Riethof (*1917), 20 januari 2007

Ik ga steeds meer op hem lijken.
Dat kun je op deze blog goed zien.

Jan Dirk Riethof werd geboren in Schiedam op 20 januari 1917 als derde zoon van Jan Riethof en Elisabeth den Uyl (inderdaad, familie van -). Zijn vader was gepensioneerd ex-KNIL*)-militair die zich moest behelpen met fragiele baantjes als portier en museumbewaker.
Hij groeide op in Utrecht onder armelijke omstandigheden.
Via de Mulo, wist hij toch HBS-B af te maken, maar kon wegens geldgebrek niet naar Delft om daar bouwkunde te studeren. Het werd de MTS.
Wat ook nogal tegen de familietraditie inging: Hij werd lid van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC, zie WikiPedia), de sociaal-democratische jeugdorganisatie, opgericht door Koos Vorrink e.a. naar het voorbeeld van de Duitse Wandervögel.
Daar leerde hij mijn moeder kennen en daaruit heeft hij ook zijn hele leven inspiratie geput voor zijn politieke en culturele standpunten.

Stadsontwikkeling in Amsterdam
In het verlengde van dergelijke ideeën over natuur, optimisme, gemeenschap en respect voor anderen, lag het 'Nieuwe Bouwen', de stroming in de architectuur en de stedebouw (urbanisme) die met kracht elke nostalgie verwierp en stadsplanning plus woningbouw wilde ontwikkelen vanuit strikt rationele gezichtspunten, zoals: orientatie van woongebouwen op de bezonning, functiescheiding tussen wonen, werken, recreatie en verkeer.
Brandpunt van deze stroming in Nederland was de sector Stadsontwikkeling van de Amsterdamse gemeentedienst der Publieke Werken.Voordat mijn vader daar als tekenaar aan de slag ging, had de gemeente al een bijzonder volledig Algemeen Uitbreidingsplan ontwikkeld, geheel volgens de principes van het 'Charter van Athene' en op wetenschappelijke leest geschoeid: de afdeling 'Survey' produceerde aan de lopende band statistieken en daarop gebaseerde berekeningen, die de grondslag vormden van het ruimtelijk beslag en de stedebouwkundige ordening. Anders dan meestal bij dergelijke plannen het geval is, is dit AUP tot diep in de zestiger jaren vrijwel naar de letter uitgevoerd. Ondanks de schokken van de Tweede Wereldoorlog en de woningnood erna. Je kunt zelfs het bouwen in de zeventiger jaren in de Bijlmermeer, niet voorzien in het AUP, zien als een extrapolatie van de AUP-beginselen, zij het tot in het absurde doorgevoerd.

Dichtbij de 'groten' van het Nieuwe Bouwen (mej. Mulder, Ir. Van Lohuizen, Ir. C. van Eesteren [zie korte biografie tgv NAi "De Regie van de Stad'], enz.) ontwikkelde mijn vader zich tot hoofd van een onderzoekafdeling binnen de survey van Stadsontwikkeling. Er werd verkeer geteld, er werden vierkante meters ruimtebehoeften aan sportterreinen uitgerekend - ik heb het een beetje meegemaakt, als ik als middelbare scholier vakantiebaantjes vervulde op "zijn" afdeling.

Weigering van de vertrutting in de stedebouw...
Een grote schok in zijn werkzame leven, betekende de terugkeer naar een ouderwetse en meer intuïtieve vorm van bouwen en stadsplanning rond het midden van de zeventiger jaren in Amsterdam. Functionele patronen werden verstoord door 'inbreiding', nieuwe woonbuurten werden ontworpen als replica's van oude Ijsselmeerstadjes, korte-termijnbeslissingen vervingen de zorgvuldige meerjarenplanning. Stadsontwikkeling werd feitelijk opgeheven, onderzoeksfuncties gingen naar een bestuursdienst, die bij de (politieke) dag leefde en ondergeschikt was aan wisselende modes en bestuurlijke persoonlijkheden.

Toen hij 62 jaar was, hield hij er plotseling mee op: Vervroegde pensionering was toen nog een goede optie. Dat was 28 jaar geleden - een mensenleeftijd. Van zijn plannen om te publiceren over de geschiedenis van Stadsontwikkeling kwam weinig terecht. Er waren veel andere zorgen. Langzamerhand werd het gepensioneerde leven gevuld met de activiteiten in een hechte groep van oud-AJCers, in het begin vooral uit Utrecht. Het waren mensen van de generatie van mijn ouders, of iets ouder. De meesten van hen zijn nu overleden.

Oud worden in een zich verhardende samenleving
Een zwakker wordende gezondheid, vereenzaming, verlies van functies slaan nu toe. Toegang tot een plek in één van de bejaarden- en verzorgingshuizen in Amsterdam, die mijn vader zelf zo zorgvuldig had helpen plannen, is er helaas niet van gekomen. Met hulp van mijn drie broers en hun gezinnen, die verspreid in Nederland wonen, en -sinds kort- met die van de wijkverpleging**), wordt een stukje leven in stand gehouden.

Het is bijna een hele eeuw, die u met een onhandig gebaar groet.
Uiterlijk lijk ik op hem. Maar ik knok ervoor, om anders oud te (kunnen) worden.


Update 3.4.08:

Related Posts with Thumbnails