Posts tonen met het label Language. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Language. Alle posts tonen

06 augustus 2008

België: Franstaligen "immigranten" in hun eigen land?

In de Belgische discussie over "staatshervorming", die nu al meer dan een jaar het land verlamt, is op 1 augustus een grens overschreden. Een Vlaams-nationalistische "kartel"-bondgenoot van de regeringspartij der Vlaamse christendemocraten bestempelde Franstalige Belgen, die toevallig in de Vlaamse regio wonen als "immigranten", die "net als Turken en Marokkanen", verplicht zouden moeten worden tot integreren.
Het is hoog tijd, om dergelijke ethnic cleansing-fantasieën grondig af te wijzen. De geschiedenis leert, dat je daar niet te lang mee moet wachten...

Even een klein inleidinkje voor onze Nederlandse lezers:

De heer Bart de Wever is voorzitter van de partij NV-A, één van de opvolgers van de Vlaamse "Volksunie". De VU was lange tijd de belichaming van het Vlaamse nationalisme, maar paste zich later stap voor stap aan, naarmate terechte Vlaamse eisen binnen de Belgische staat werden ingewilligd. Haar rol werd op "moderne" wijze overgenomen door het "Vlaams Belang" van Filip De Winter c.s. Deze laatste beweging combineert Vlaams extremisme met xenophobie ten opzichte van immigranten. Bijna een kwart van de afgegeven stemmen in het Noorden van België komen bij deze partij terecht.

Het Vlaamse CDA, dat de naam "CD&V" draagt, was zo rond het jaar 2003 ten einde raad: Een tot dan toe succesvol "paars" regime had de eeuwige christendemocratische regeringspartij gemarginaliseerd. Er was hoge nood aan een nieuw profiel. Net zo min als het CDA in Nederland, werd zoiets aangetroffen in het Christendom. Aansluiting bij populistische propaganda bleek de juiste oplossing. Het CDA omarmde Pim Fortuyn. De CD&V deed hetzelfde met het Vlaams-extremisme-"soft" van het NV-A. Groot succes: Bij de verkiezingen van 2006 in Vlaanderen en die van 2007 voor het Belgische parlement, won de CD&V via haar kartel met de Vlaamsnationalisten afgetekend van de "paarse" partijen.

Sinds de verkiezingen van 10 juni 2007, houdt De Wever zijn grotere kartelgenoot in gijzeling. Of, misschien beter gezegd, Leterme en zijn CD&V laten zich met genoegen in gijzeling nemen, om zelf niet verantwoordelijk te worden gesteld voor de chaos die ze veroorzaken door het regeren op federaal niveau vrijwel geheel te saboteren.
Intussen krijgt genoemde Bart de Wever alle ruimte om zijn Vlaams-extremisme tot de uiterste consequentie bot te vieren.

Het meest recente staaltje daarvan vindt u hier:

Bron:

«Franstaligen zijn immigranten»


een artikel uit

Voor de voorzitter van het NV-A, Bart de Wever, bestaat er geen franstalige minderheid in Vlaanderen, maar alleen « immigranten die zich moeten aanpassen ».

« Ik ben van mening, dat er geen franstalige minderheid is in Vlaanderen, alleen immigranten die zich moeten aanpassen. Dat wordt ook gevraagd van Marokkanen en Turken. We zeggen tegen hen ook niet: "Jullie zijn met velen , dus we maken van het Arabisch een officiële taal."Dat zou toch idioot zijn », verklaarde De Wever vanmorgen op de Belgische Franstalige radio, in antwoord op vragen van luisteraars.

« Nergens ter wereld wordt er zo geredeneerd », vervolgde hij, terwijl hij ontkende dat hij een « intolerante persoon » genoemd mag worden.

« Iedereen is welkom in Vlaanderen. je kunt er gerust Frans blijven praten. Het enige wat wij willen, is dat de bestuurstaal Nederlands is », voegde de voorzitter van het NV-A eraan toe, waarbij hij eiste, dat nu eindelijk een einde moest komen aan "het kolonialisme" van Brussel ten opzichte van Vlaanderen.

[...]

Wat Brussel betreft, "een historisch Vlaamse stad, die verfranst is", die stad is slechts het symbool van "de Belgische identiteit die men in de negentiende eeuw bedacht heeft", meent hij. En aangezien België "passé" is, moeten "de beide erfgenamen (het Vlaamse en Waalse gewest) zich met deze erfenis bezighouden", aldus weigerend, om het Brusselse Gewest als zodanig te erkennen.

(Volgens Belga)


Beste vrienden: Er is een grens aan wat we nog kunnen tolereren. Die grens is hier overschreden!

Anderstaligen verklaren tot "immigranten" die zich moeten "aanpassen" in hun eigen land, dat ruikt te veel naar "ethnic cleansing". Dat doet voor mij de deur dicht!

In de Brusselse regio wonen een miljoen franstaligen, nederlandstaligen, tweetaligen en anderstaligen vreedzaam en respectvol tezamen. Welk probleem willen de heer Leterme en zijn vriend De Wever eigenlijk oplossen? De Franstaligen in de Vlaamse gemeenten rond Brussel worden in de winkels, bij de dokter en bij de begrafenisondernemer zonder problemen in het Frans geholpen en bediend. Is dat een gevaar voor de Nederlandse cultuur? Helpt het iemand vooruit, als de ambtenaar van de burgerlijke stand het overlijden van een inwoner niet in het Frans mag opnemen?

Bart De Wever heeft geen enkel respect voor de culturele smeltkroes die Brussel is. Het is niet ééntalig, dus het past niet in zijn plaatje, dus het is kunstmatig, dus het mag niet meepraten over de staatshervorming. De "personnable aangelegenheden" van één miljoen inwoners (hun onderwijs, gezondheidszorg, enz.) moeten onder voogdij komen van een ondoorzichtig overlegorgaan van lieden die wij, Brusselaars niet gekozen hebben!

Dat is een aantasting van onze burgerrechten, misschien zelfs van onze mensenrechten! Ik zeg u, heren Leterme en De Wever, ik zal niet zonder slag of stoot het resultaat aanvaarden van wat u zonder mij en over mij eventueel bekokstooft. Ik zal een beroep doen op het Hooggerechtshof en, indien nodig op het Europese Gerechtshof.

U kunt wat mij betreft uw gang gaan, om een Vlaams mini-staatje op te richten, onder voorwaarde, dat u de Europese regels voor de rechten van minderheden onderschrijft en toepast (tot nu toe is België het enige land dat die voorschriften nog niet omgezet heeft in wetten). Van Brussel blijft u af.

Maar beter zou het zijn, als de grote Vlaamse democratische partijen ophouden met te flirten met vlaamsextremistische utopieën, accoord gaan met een België bestaande uit drie of vier (Duitstaligen erbij) regios, waar mensen van welke nationale taal ook, welkom zijn. Regionaal-particularisme naar het model van de Lega-Nord, dàt is pas "negentiende-eeuws" als constructie.

Zolang als u zich niet van het "immigranten"-standpunt van uw kartelgenoot De Wever distantieert, mijnheer Leterme, aanvaard ik u niet als mijn minister-president. Ik geef er ook kennis van, dat ik, als nederlandstalige Brusselaar, verbied aan een Vlaamse gewestregering waarin De Wever's partijgenoot Bourgois zetelt, om mijn "personnabele" aangelegenheden te behartigen. Daartoe mandateer ik de gekozen Brusselse gewestelijke autoriteiten. En ik doe een beroep op alle Brusselaars, om hetzelfde te doen.

Crossposted from (Franse versie): Toto Le Psycho; HUIBSLOG (NL versie: HUIBSLOG, In Europa Thuis)

Technorati Tags: , , ,

04 juni 2008

Brussel: Weg met territoor=taal!

Inleiding
Wat is waarheid? Is waarheid van belang?
Ieder deelnemer aan het Belgische debat heeft zijn gelijk. dat krijgt hij of zij dan wel voornamelijk van zijn eigen achterban. Eens, 15 juli, in september of in 2009, moet er een Groot Compromis ontstaan. Wat voor de één waar is, is dat voor de ander niet. Het is een illusie, dat intussen belangrijke spelers elkaars waarheden aanvaard zouden hebben.
Het compromis komt er dus niet op grond van waarheden, maar op grond van machtsverhoudingen. Het belang van waarheden is dus erg relatief. Het komt op de macht aan.
Brussel straalt veel minder macht uit dan het op grond van zijn positie zou kunnen. Het is lastig, om daar op korte termijn wat aan te doen.
Een nieuwe generatie, los van de oude FDF- en Volksunie-sentimenten, zelfbewuste wereldstad-bewoners, zou moeten optreden.
Het begint, maar het is nog te bescheiden. (proBruXsel)
Dit half-persoonlijke en half-politieke stuk is eerst in het Nederlands geschreven en verschijnt morgen in (mijn) Franse vertaling.

De logica taal=territoor omgekeerd naar territoor=taal
Ooit zijn in België territoriale taalgrenzen vastgelegd, waarbij, in het algemeen gesproken, grond werd gekleurd naar taal. Behalve wat Brussel betreft, maar daar gaat het straks over.

BE%207parl1bxl-nl.jpg

Taal is weliswaar taai, maar beweegt toch. In de ruim vijftig jaar dat de taalgrenzen bestaan, zijn landstreken van taalkleur verschoten. De reactie is geweest, met name aan Vlaamse kant, dan maar taal te gaan kleuren naar territoor.

De circulaire-Peeters, die anderstaligen in de faciliteitengemeenten dwingt om telkenjare hun verzoek te herhalen om overheidsstukken te verkrijgen in een andere taal dan het Nederlands, was voor mij, Nederlandstalige Brusselaar, de druppel die de emmer deed overlopen. Ik was zo kwaad en beschaamd, dat ik me in 2002 bij de vijfjaarlijkse vernieuwing van mijn Belgische verblijfsvergunning als EU-burger, als Franstalige heb laten inschrijven op het stadhuis van Sint-Gillis, waar ik sinds 1990 woon.

Hoe ik me als Franstalige Nederlander heb aangemeld...
Ik geef toe: Het was geen heldendaad en mijn wisseling van taalstatuut zou gemakkelijk kunnen worden geïnterpreteerd als een typisch Hollandse hooghartigheid ten opzichte van mijn Vlaamse broeders, die het eeuwenlang niet gemakkelijk hebben gehad met die arrogante Franstaligen.

BE%207%20gvts%201cap.jpg

Ik moet zelfs bekennen, dat opportunisme niet geheel vreemd is geweest aan mijn eenmansactie. Er waren op dat moment geen Nederlandstalige kaarten beschikbaar op de Burgerlijke Stand van Sint-Gillis en mij werd vriendelijk verzocht om over drie dagen terug te komen. Iets waarin ik, gezien de lange wachttijden die toenmaals moesten worden doorgebracht tussen gesluierde Poolse en Marokkaanse nonnen en niet-nonnen, helemaal geen zin had. (Intussen is de service op het stadhuis heel erg verbeterd, dat moet ook gezegd worden! Dank aan Carlo Luyckx, mijn favoriete locale politicus!) Zo ziet u maar weer, dat heldhaftigheid en symbolische daden maar al te vaak mede ontspringen aan een stukje platvloerse calculatie.

Waarom zo bang zijn voor de toekomst van de Nederlands-Vlaamse cultuur?
Ik heb dan ook totaal geen afstand gedaan van mijn Nederlandse en Nederlandstalige wortels. Mijn taal is gebeeldhouwd door de geniale Statenbijbel-vertaling uit het begin van de zeventiende eeuw, en door het Tacitus-gelijke proza van Pieter Corneliszoon Hooft uit dezelfde periode. De ex-Antwerpenaar Vondel, ook al in die tijd, verkende de uiterste grenzen van zeggingskracht van het Vlaams-Nederlands dat hij in Amsterdam hanteerde.

Verdonk%20Wapen%208404.jpgMijn taal is verlicht en versoepeld door de even geniale Multatuli in de negentiende eeuw, die het vrijdenken, het vrij denken, schijnbaar moeiteloos in het Nederlands onder woorden bracht. En natuurlijk ook door Claus, bij voorbeeld, Hugo Claus, wiens Oostakkerse Gedichten we elkaar voorlazen in onze huwelijksnacht in 1960. Mijn taal is gehouwen in steen, mijn taal kan alles uitdrukken wat ik wil zeggen. En als ik het niet weet, dan doe ik net als al mijn voorvaderen, en ik ga kijken wat ik kan vinden in het Frans, het Engels, het Duits of het Bahasa Indonesia. Het is een levende taal en hij zal nog lang bestaan, want hij heeft een vermogen tot integratie dat onbegrensd lijkt.

Waarom zou ik bang zijn, om tussen en met anderstaligen te leven? Wat doen ze af aan de culturele schat die ik mag delen? Niets. Integendeel: Zij hebben mij veel te vertellen en ik aan hen. Niet als abstracte "ontmoeting" in interculturele "diversiteits"-evenementen, maar over de zaken van het dagelijkse leven en over de grondgedachten, de filosofie van het mensenbestaan.

Opkomst van de politieke angst-manipulatoren die de twintigste eeuw zo verziekt hebben
Daarom haat en verwens ik elke politieke manipulator die inspeelt op onze angsten en onzekerheden. Het zijn dieven. Ze stelen onze vrijheid. Ik maak zelf wel uit, welke taal ik met mijn burgemeester spreek. Zorg er liever voor, dat we elkaar kunnen verstaan, in welke taal dan ook, door het vliegtuiglawaai van Zaventem in goede banen te leiden!

We winden ons op over de Esten en de Letten, die inwoners van hun land, sinds generaties, die Russisch spreken, burgerrechten ontzeggen. We willen de Turken dwingen om de Koerden culturele vrijheid toe te staan. En terecht. Maar hoe kan de Europese Unie Turkije dwingen om dat te doen, als rond de eigen hoofdstad van de EU, provinciale politici afdwingen, dat de taal van 75% van de boeken in de openbare bibliotheken, een andere taal moet zijn dan die van de meerderheid van de inwoners van de gemeente?

Ik heb natuurlijk makkelijk praten. In mijn vaderland Nederland is het Nederlands niet in gevaar, behalve in de ogen van sommige randfiguren als Wilders en Verdonk. Maar is het Nederlands dan in gevaar in België? Is het een ramp, als in een klein aantal verstedelijkte Vlaamse dorpen rond Brussel, een meerderheid geen Nederlands meer als moedertaal heeft? Is de perfecte tweetaligheid van de overheden in het Brusselse gewest, zoals ik die van nabij sinds 18 jaar ken, geen voldoende garantie voor het welzijn en het voortbestaan van Nederlandstalige en Vlaamse culturen in die streken?

De eigen cultuur en beschaving van België is onafhankelijk van taal
Trouwens, wat is nu eigenlijk Vlaamse cultuur? In mijn ervaring lijkt die cultuur als twee druppels water op de cultuur van de Franstalige Belgen en op die van de meertalige Brusselaars. En veel minder op respectievelijk Holland of Frankrijk. Dan bedoel ik niet de taal, maar dan heb ik het over de manier waarop mensen samenleven, hun perceptie van leven en dood, de manier waarop ze zich samen redden ten opzichte van overheden en andere rampen.

Toen, twee maanden oud, mijn Brusselse zoon overleed aan wiegendood in 1991, heb ik dat verschil en die overeenkomst goed kunnen zien. Nederlandse kennissen en relaties reageerden onbeholpen en met gêne op de ontroostbare ouders. Fransen bleven formeel. Alleen de Belgen, Vlamingen, Brusselaars en Walen zonder onderscheid, wisten het vaakst de juiste woorden te vinden en de gebeurtenis te plaatsen in de context van familie, onderlinge steun en menselijkheid. Zonder taalkundig onderscheid. In mijn ogen is dàt cultuur, is dàt beschaving en is dàt de rijkdom van de Belgische gemeenschappelijke geschiedenis van "zelfredzaamheid/débrouillardise", toegepast op de zaken van alledag.

Met behulp van alle Belgen, van alle soorten en talen, zijn mijn vrouw en ik er overheen gekomen. Dat is gebeurd, omdat Belgen allemaal samen iets bijzonders, iets humaans hebben, wat bij andere naties die ik ken minder ontwikkeld is. Ik geloof, dat het vooral datgene is geweest, wat ik als verraad voelde aan die open, menselijke, houding, waardoor ik me tot Franstalige St-Gillois heb laten verklaren in 2002, in plaats van tot onderdaan van Peeters, die ik ook nooit gemachtigd heb om mijn belangen te behartigen.

Nederland, Vlaanderen, Amsterdam, Brussel
Mijn cultuur is Nederlands en ik sta open voor alle culturen die ik tegenkom. Dat is niet alleen Nederlands, dat is vooral Amsterdams. Wat Nederland betreft, heeft de laatste jaren helaas een verkramptheid toegeslagen, die de heer Wilders onlangs al even inspireerde tot een voorstel om Vlaamse en Nederlandse bekrompenheden te verenigen tot een soort reservaat van angstbezeten anti-Islamisten. Mijn Eerste Minister, Balkenende, geen vriend, antwoordde kort en duidelijk. Hij zei: "De Belgen moeten het zelf oplossen". De Belgen. Niet: De Vlamingen. Zelfs de Zeeuws-Vlaamse Balkenende doet niet mee aan de separatistische spelletjes van zijn zuiderburen.

Mijn vaderstad Amsterdam gaat nog verder. Midden in het geraas en getier van de xenofobe columnisten van boven de Moerdijk, houdt de stad, geleid door de van rechts veel bespotte burgemeester Cohen, vast aan een beleid, om "de boel bij elkaar te houden". Die openheid, die tolerantie, die vrijheid van denken, die in februari 1941 de enige bekende massastaking tegen het wegvoeren van joden door de Nazis (en hun Hollandse helpers) voortbracht, is voor mij de essentie van de Nederlandstalige cultuur.

En die essentie laat ik me niet afnemen door opportunisten van het CD&V-NVA slag. Er is een andere, grotere, Nederlandstalige cultuur, die in België werd gedragen door mensen als Hugo Claus ("Redt de solidariteit", bij voorbeeld). Een cultuur, die wordt gekenmerkt door wijsheid, bedachtzaamheid, originaliteit en openheid. Een cultuur om mee te leven.

Brussel is Brussel, steeds meer Brussel, de provincie voorbij!

1191208-1618421-thumbnail.jpg

En nu terug naar ons gewest Brussel. Al spreekt 80% van de bevolking voornamelijk Frans, twee- of meer-taligheid is vrijwel regel. Brussel kon niet worden ingedeeld volgens de taal-territoor-logica. Franstalige extremisten die, vooral in de aanvang, het FDF domineerden, voerden actie, om Brussel in te delen bij het Franstalige gewest. Het is al lange tijd duidelijk, dat dit nooit zal lukken. Brusselaars identificeren zich in grote meerderheid, als het erop aankomt, niet met Wallonië maar met de Belgische monarchie. Getuigen: De zee van zwart-geel-rode vlaggen tijdens de crisis van 2007. En ook: De emotie bij de dood van koning Boudewijn.

Al zou je het in het licht van mijn ervaring met de beschikbaarheid van Nederlandse EU-identiteitskaarten in St-Gillis niet direct zeggen, en al kun je vermoeden, dat het bedienen van Nederlandstalige bewoners van de gemeente St-Gillis Obbrussel op dat moment wellicht niet een grote prioriteit had ten stadhuize, toch is de dagelijkse praktijk van strikte tweetaligheid bij Brusselse instellingen, voorzover mijn ervaring reikt, bijna perfect te noemen. Ik word zelfs ontroerd (ja ècht!), als ik Franstalig opgevoede autoriteiten zie zweten op het uitspreken van enkele grammaticaal min of meer correcte Nederlandse zinnen. Goed zo! Ga door! Geneer je niet! Waar in de wereld (behalve misschien op sommige plekken in Zuid-Afrika), zijn Nederlandstaligen zo geëerd?

Brussel kan niet meegaan met de taal-gebied logica van Walen en Vlamingen
Als Vlamingen (en ook Walen) weigeren, om dat Brusselse model over te nemen en te zeggen: "Er zijn ook Franstalige Vlamingen", respectievelijk, "Er zijn ook Nederlandstalige Walen", dus: "Onze gemeenschappen hebben twee (of meer) talen"; als ze dat blijven weigeren, en vasthouden aan de verbinding "taal-territoor", als ze op grond daarvan "corridors" verlangen en via overheidsmaatregelen de taal naar het territoor willen dwingen, dan is er maar één oplossing: Uitbreiding van het Brusselse gebied van goed geregelde twee- (of: meer-) taligheid. Want dat is beschaafd, dat is Belgisch, dat is toekomst, dat is Europa, dat is de eenentwintigste eeuw.

(Een droom:)
Beter nog zou het zijn, om de Belgische regionalisering geheel los te koppelen van de talen. Creëer economische en/of cultureel en/of geografisch bepaalde regios. Limburg samen met de Euregio Luik-Aken-Maastricht. Brussel met zijn uitgebreid hinterland in Vlaanderen, maar ook in Wallonië. De gemeenschap Rijsel-Tournai-West-Vlaanderen. Luxemburg-provincie met Luxemburg-Groot Hertogdom en de aangrenzende Franse en Duitse regios.

Roeien met de riemen die je hebt
Maar O.K., het is daarvoor voorlopig te laat. Laat Vlaanderen zijn "goed bestuur" en Wallonië haar Marshall-Plan. Het echte, meest urgente, probleem is Brussel. Brussel kan niet anders dan actief de conservatieve logica "taal-territoor" en "territoor-taal" doorbreken. Brussel zal dat zelf moeten doen. Door zijn voorbeeld en door de actie van zijn bewoners. Al zijn bewoners, van welke taal dan ook.

Onvermijdelijk daarbij is, dat een vergroot gewestgebied samenvalt met een eigen "persoonsgebonden" Gemeenschap die meertalig is. En voor minderheden alle garanties biedt die nu al in de Brusselse wet- en regelgeving bestaan en die op het Europees vlak behoren tot de te garanderen rechten van minderheden. Het Brusselse Gewest zou kunnen beginnen met zelfstandig de Europese regelgeving inzake rechten van minderheden te onderschrijven, zelfs al blokkeert een Vlaamse meerderheid dat op federaal vlak.

Alle begrip voor de Parti Socialiste, maar Brussel is geen vogelverschrikker om in te zetten bij de staatshervormingsonderhandelingen!

Picqu%208110%20Morgen.jpg

En wat de PS betreft: De PS is niet separatistisch. Maar hij zoekt een sterkere uitgangspositie voor de onderhandelingen met de Vlamingen. Brussel is daarbij een belangrijke inzet. De MR heeft de resten van het FDF ingelijfd. De MR is daardoor evenzeer gegijzeld als de CD&V dat is door het NVA. Een "federatie WalloBrussel" is naar mijn mening niet een serieus project. Op belangrijke gebieden als onderwijs bestaat al een dagelijkse samenwerking met de Franstalige gemeenschap. Dat is genoeg. De voorgestelde "federatie" voegt niets toe. Ze is er alleen, om de Vlamingen tot rede te brengen. Ook ik kijk met wantrouwen naar de exercities met "toegevoegde" ministers en het ontbreken van ook maar één woord over de Nederlandstalige Brusselaars in de verklaring Piqué-Demotte. Als de PS schrijft in haar "pedagogische verklaring" van 9 mei 2008, dat aan de 100.000 Nederlandstalige inwoners van een Franstalige federatie Brussel-Wallonië "minderheidsrechten" zouden worden toegekend, dan zie ik dat als een ernstige aantasting van het tweetalige statuut van mijn gewest.

Ik wens mijn vrienden uit Luik, Namen, Charleroi, Bergen en Doornik alle ruimte om hun problemen op te lossen en ik verzet me tegen de soms bijna kolonialistische houding van mijn Vlaamse vrienden.

Maar ik zou het niet toelaten, dat Brussel eens te meer wordt gebruikt als joker in het pokerspel tussen de regionale Belgische politici.
Brussel is niet Vlaams, niet Walloens, niet Europees: het is Brussel, alles tegelijk en nog meer. Een meertalig, zelfbewust en open gewest dat alle ruimte verdient.


Technorati Tags: , , , , , ,

15 januari 2008

Stel je voor, dat de Brusselaars zelf een meertalige Gemeenschap stichtten...

"Elk nadeel heb z'n voordeel": Nadeel van de Brusselse tweetaligheid is, dat je, als niemand anders dat voor je doet, zelf je stukken moet vertalen. Dat doe ik dus nu.

Het moet. Want ik doe niet mee aan het pasklaar maken van opinies, al naar gelang die in het Frans of in het Nederlands verschijnen. Ik geloof vast, dat mijn bescheiden opinie zowel franstaligen als nederlandstaligen kan aanspreken. Dit is de proef op de som. Er zijn twee dagen voorbijgegaan sinds ik m'n franstalige noodkreet, die hier wordt vertaald, openbaar maakte. Er zijn reacties, ook via medium4you, en er zijn nieuwe Nederlandstalige aanknopingspunten, die ik in dit stuk zal verwerken. Dat is een voordeel. Een voordeel van het nadeel, dat je minstens twee keer spreken moet, zou je kunnen zeggen.

Het begon allemaal op eeen Brusselse dag, een dag als elke andere. Een schijnregering gevormd, iedereen gerustgesteld, maar mijn stad nog verder gemarginaliseerd. In october nog, had ik m'n franstalige lezers opgeroepen, om niet bang te zijn: De Belgen redden zich wel zelf, op onnavolgbaar surrealistische wijze. Maar ik begon te twijfelen aan mijn eigen geruststellende woorden. De twee grote gewesten/taalgemeenschappen komen er misschien wel samen, over onze hoofden heen, uit, dat is waar. Maar België is meer, veel meer, dan Namen en het Martelaarsplein.

Daar is met name het fenomeen Brussel: Internationale stad, economie geglobaliseerd, levend bij practische tolerantie van anderstaligheid, van de ontmoeting van culturen, terend op het cosmopolitisme van haar grote bourgeoisie, die unieke stad, die al lang het onbetwiste economische, sociale en culturele keurmerk is van België, ja, ook meer en meer van de Europese Unie - wat moet er van haar worden, als provinciale politici over haar hoofd heen surrealistische compromissen gaan sluiten?

Neem me niet kwalijk, gulle Belgische gastheren en -vrouwen, dat ik het woord neem. Ik denk echt niet dat u er zelf niet uit kan komen. In 2008 zal uw nieuwste surrealistische oplossing van de communautaire vraagstukken, vriend en vijand verbazen, daar ben ik zeker van.
Ik deel evenwel met mijn Brusselse stadgenoten, die me het gemeentelijk stemrecht hebben toegekend in mijn kwaliteit van EU-burger, een groeiende ongerustheid over wat er van Brussel moet worden, nu er onder de onderhandelaars over de nieuwste staatshervorming, niemand is, die echt voor Brussel gaat, en dan hebben we het over 20% van het nationaal product. Zonder Brussel is België nergens, en dat geldt voor beide grote gemeenschappen, in Noord en in Zuid nog meer.

Brussel is niet vertegenwoordigd aan de onderhandelingstafels die over haar lot beschikken
De twee grote gewesten en gemeenschappen, die respectievelijk territoria en taalgemeenschappen bestrijken, gedragen zich, via degenen die zich als hun federale politieke vertegenwoordigers beschouwen, als twee gehuwden die in scheiding liggen, maar trachten een "leef-arrangement" te arrangeren. Daarbij wordt in de hitte van de discussie voorbijgezien aan de kinderen, de huisdieren, de opinie van de buren en de diverse huishoudboekjes. De stad Brussel, die van beide ouders wellicht het beste uit hun chromosomen verenigt, is een mondig kind. Als het echtscheidingsrecht toepasbaar zou zijn, dan zou ze al lang haar eigen plek hebben aan de onderhandelingstafel.

Maar Brussel is er niet echt bij. En wat misschien nog wel erger is: Als ze erbij was, wat zou ze naar voren brengen? Want Brussel heeft geen project. De Brusselaars zijn op geen enkele manier gemobiliseerd. - Nee, ik vergis me: Er is een indrukwekkend protest geweest, maandenlang, van Brusselaars die de nationale driekleur (zwart-geel-rood) over ramen en balkons hebben gehangen. Een echt, indrukwekkend en beschaafd Belgisch protest. Zoals mijn nieuwe landgenoten, die van Zuid en die van Noord, die weten op te zetten, bouwend op een historie van vreemde overheersing en ervaring met zelfredzaamheid. Edoch, het vlaggenprotest heeft één groot nadeel: 't Verwijst naar een historisch België, een harmonisch België dat nooit bestaan heeft. Je zou het opnieuw kunnen bedenken, maar niet meer kunnen maken. Mooi als symbool, maar geen enthousiasmerend project. En er is nood aan een project, hoe bescheiden ook, voor een land en een stad in het raamwerk van het Eureopa van de 21ste eeuw, niet dat van de negentiende of de twintigste...

Wat er op het spel staat en wat er kan worden uitgespeeld
't Gaat om een stedelijke agglomeratie van 1,2 miljoen inwoners (op de Belgische 10 miljoen), die, zoals gezegd, 20% van het nationale product voortbrengt, internationaal beschouwd wordt als de (toekomstige) hoofdstad van Europa en die nu al "hoofdstad" is van vrijwel alles en niets: de NATO, Vlaanderen, de EU... De economische uitstraling van Brussel domineert zeker in een perimeter van 100 kms, zowel in Noord als in Zuid. maar de invloed van de nieuwe rol van Brussel gaat verder: tot in Luik, Aken, Maastricht, Eindhoven, Luxemburg, Valenciennes, Rijsel, Oostende doet ze zich gevoelen. Daar zou je voorzichtig mee moeten zijn. Misschien een beetje meer luisteren naar de inwoners van de agglomeratie en naar al degenen die er direct (als pendelaars - 360.000!) of indirect (dienstverlening) van afhankelijk zijn?

't Moge zonder veel betoog duidelijk zijn, dat noch de Waalse- noch de Vlaamse regio ooit exclusief eigenaar van Brussel kunnen worden. Ze zijn het nu, een beetje te veel, "gezamenlijk". Een eventuele echte scheiding zal zich dus voltrekken zonder Brussel als hoofdprijs. De gevolgen daarvan worden noch door Wallonië, noch door Vlaanderen, ooit berekend. Maar vraag eens aan echtelieden die in scheiding liggen, om rationeel te zijn?

Rudy Aernoudt
is de bekende tweetalige en hyperactieve filosoof, communicatiedeskundige en econoom, die laatstelijk (in het Frans, komt er een Nederlandse uitgave?) een boek uitgaf met als titel: "Bruxelles, l'enfant mal-aimé de la Belgique" (Brussel, het onbeminde kind van België). Slachtoffer van Leterme's geborneerdheid en weggezonden als hoge Vlaamse ambtenaar en op dit moment ambteloos burger, lanceert de man uitdagingen die me best bevallen. Maar het zijn niet de mijne, noodzakelijkerwijs. Aernoudt gelooft in vrije marktwerking, ook, en dat vind ik discutabel, als het gaat om concurrentie tussen overheden op een kunstmatige markt. Zijn voorstellen voor oplossingen projecteren rationeel-kiezende eenheden, die opereren vanuit winstmaximalisatie binnen een gegeven kader. Zij zouden moeten denken als "klanten", niet als gekozen vertegenwoordigers en beschermers van de belangen van hun kiezers. Dat is fout. En de werkelijkheid van "Intercommunales" bewijst dat.

Maar dat neemt niet weg, dat Aernoudt's boek aan de Belgen waarheden voorhoudt, die ze eigenlijk niet willen horen. Op basis van cijfers en statistieken, toont Aernoudt aan, dat de "overdrachten" van Vlaanderen naar Wallonië binnen de huidige federale staat, waar iedereen zich zo over opwindt, niets voorstellen. 3% van het PIBR (het regionale jaarlijkse regionale product per persoon) gaat op de een of andere manier naar de federale regering of naar Brussel en Wallonië! "Et Alors?", zou je kunnen zeggen. Een hypothetisch onafhankelijk Vlaanderen zou ongeveer hetzelfde extra moeten bijdragen aan de vereveningsfondsen van de Europese Unie ten behoeve van landstreken als Wallonië die zich moeten herstellen van de technologische ommezwaai van de 21ste eeuw...

Tel uit, je winst...

En wat zou dit allemaal betekenen voor Brussel? De personele belastingen in Brussel-19 brengen weinig op, want er zijn veel uitkeringstrekkenden en grote gezinnen. Maar de heffingen op consumptie (BTW) en op ondernemingen, des te meer. Als ooit al die zaken zouden worden geregionaliseerd naar de drie gewesten, dus ook naar Brussel, dan zouden Wallonië en Vlaanderen er bekaaid afkomen. Als we dan ook nog meerekenen, dat de 360.000 pendelaars die dagelijks Brussel binnenstromen om hun salaris te verdienen, niet in hun woonplaatsen, maar in de regio Brussel belast zouden worden, blijft er helemaal niets anders dan armoede over voor de Belgische Gewesten.

Daarom is het naar mijn mening helemaal niet nodig om bescheiden te blijven als Brusselaars. We hoeven echt niet mee te gaan met de oplossingen die Aernoudt, en ook Verhofstadt, voorstellen. Die oplossingen komen erop neer, dat een federale staat gunstige voorwaarden schept voor prestatiecontracten en andere ondoorzichtige dingen tussen gewesten, gemeenschappen en andere prachtige nieuwe configuraties, zoals stedenbanden (stadsgemeenschappen - communautés urbaines).

"Ende gij geleuft dat?"
Dat komt neer op een zandbak-kapitalisme, zoals ik dat maar al te goed ken vanuit mijn praktijk als (her)ontwikkelaar van stedelijke probleemgebieden. Ondoorzichtig, en daarmee ondemocratisch. Vreselijk vatbaar voor regionalisme en erger: combines en zelfs corruptie (denk aan Charleroi!). Een federale autoriteit die dat alles zou moeten reguleren, is afhankelijk van plaatselijk en regionaal gekozenen. De laatsten, zelfs als ze van goeden wille zijn, kunnen zich niet onttrekken aan regionale belangen en die van hun herverkiezing. Dat werkt van geen levensdagen. Het zou een ideaal speelveld worden voor de Van Cau's.

Wil je verkozenen laten handelen als ondernemers? - Onmogelijk en gevaarlijk!
Ik begrijp de mensen die in de ondoorzichtige Belgische chaos, geen andere uitweg zien dan "marktwerking". Aernoudt, die van de Chicago-school is, bejubelt in zijn boek te pas en te onpas die belegen manier van evocatie van de "invisible hand", die voor ons alles gladstrijken zal. Als het om overheden van verschillende niveaus gaat, geloof ik daar voor geen meter in. Als ambtelijk verantwoordelijke voor het Nederlandse wijkontwikkelingsbeleid van grote steden in de tachtiger jaren, heb ik meegemaakt, wat "contracten" tussen overheden (en het bedrijfsleven, zoals ook Aernoudt zich voorstelt) werkelijk betekenen. Gemeenschappelijke objectieven zijn snel vergeten en niet of nauwelijks afdwingbaar, honderden miljoenen verdwijnen in ongetwijfeld nuttige zaken, maart blijven onnaspeurbaar en on-evalueerbaar. Voor dergelijke projecten heb je een sterke staat nodig, zoals in Frankrijk of in Engeland. De Belgische federale staat, zoals die nu is, zal geen enkele controle hebben.

Solidariteit ondergeschikt maken aan gewestelijke hobbies?
Dit alles speelt zich af binnen het kader van een ideologie, die de solidariteit trussen personen op zijn kop zet. De Christendemocratie (niet alleen in België), heeft zich bekeerd tot de idee, dat de "profiteurs van de sociale voorzieningen" de solidariteit ondermijnen. De èchte solidairen zouden diegenen zijn, die weigeren om ongehuwde moeders, drugsverslaafden en veronderstelde werkonwilligen verder te subsidieren. Ze beschermen de welvaart tegen profiteurs. De laatsten moeten zich maar tot het Leger des Heils wenden. De onderstandsbehoeftigen zijn de ondermijners van de solidariteit. Waarom? Juist, omdat ze onderstandsbehoeftig zijn...

Aernoudt positioneert zich duidelijk aan de kant van die verontwaardigde burger. Zijn boek staat vol van excursen daarover. Ik vind, dat het gaat over een vergelijking van appelen en peren: Natuurlijk is het nodig, om misbruik van sociale voorzieningen à la Dutroux te bestrijden. Geen twijfel daarover. Maar sociale voorzieningen, interpersonele solidariteit, zijn nu juist wel datgene wat het Europese project onderscheidt van het Amerikaanse. organisatie van de solidariteit is een uitdaging, maar het is geen onmogelijke. We zijn rijk genoeg, oml iedereen een bestaansminimum te garanderen. Je moet het alleen wel willen.

Een "vermarkting" van de verhoudingen tussen lokale entiteiten lost niets op
Aernoudt citeert met welgevallen Thomas Friedman, een journalist van The New York Times die een boek schreef, getiteld: De Wereld is Plat. Platter analyse van de huidige wereldproblemen is zelden opgeschreven. Alles komt goed, als je de economie maar haar gang laat gaan. Delocalisering, bij voorbeeld van de spraaktechnologie (Lernout & Hauspie), naar India zou goed zijn, zolang het Westen maar de leiding houdt. Het Westen? De CIA, zal je bedoelen! Bij het huidige proces in Gent blijkt, dat L&H door Duitse en Amerikaanse geheime diensten werd ondermijnd. De globale markt is geen voetbalveld, waar een onbevooroordeeld scheidsrechter beslist. 't Is hard knokken, om jezelf te handhaven. Brussel speelt mee in de top liga van de wereld. Gaan provinciale en geborneerde politici als Leterme en [MR] nu de ruimte voor Brussel bepalen? De grootmachten zullen lachend hun dank betuigen voor dat cadeau.

Waarop we niet hoeven te wachten...
De ideale oplossing voor de huidige Belgische problemen zou ongetwijfeld bestaan uit een soort "reinventing government": de schepping van een regering die ook echt werkt, naar beneden, voor de burger, naar boven, naar het Europese vlak en horizontaal, met de landsdelen. Ik denk niet, dat zoiets voor morgen is. Misschien, dat het Europese niveau daaraan iets zou kunnen bijdragen. Ondertekening eisen van het minderheden-verdrag, dat België weigert te ondertekenen vanwege B-H-V. Interveniëren in het schandaal van de niet-benoemde burgemeesters in de Vlaamse Brusselse Rand. Maar het heeft geen zin om te wachten op een positieve interventie vanuit Europa. Naar mijn mening, moeten de Brusselaars beginnen, om het zelf te doen.

Brussel uitbreiden...
In de eerste plaats, zal het daarbij gaan, om de mensen die in de internationale Brusselse gemeenschap leven, te verenigen. Dat zijn niet alleen de inwoners van het huidige Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (de 19 gemeenten), maar ook de inwoners van een hele rij gemeenten daaromheen. Het gaat om mensen, die zich sedert eeuwen NIET definieren vanuit de taal die ze thuis spreken, maar die zich deel voelen van een gemeenschap, die grootstedelijk is, los van taal en grond. In de afgelopen jaren is die gemeenschap versterkt (ja, versterkt, niet verzwakt!) door de instroom van tienduizenden anderstalige Europeanen. Het geldt, die te integreren, hen zich in Brussel thuis te laten voelen. Noch Vlaanderen, noch Wallonië, hebben zich ooit op geloofwaardige wijze opgeworpen om die operatie te laten slagen. We moeten dat zelf doen.

Houden we het dus bij Brussel zelf en laten we de gewesten/gemeenschappen van de provincies hun eigen ding doen. Niemand zal bestrijden, dat grote delen van Vlaams- en Waals-Brabant niets anders zijn dan Brusselse voorsteden. Daar wonen mensen die werken in Brussel en hun verdiensten meenemen naar de gemeente waar zij wonen. Maar vanwege het Belgisch-historische compromis, kunnen ze hun burgerrechten maar beperkt uitoefenen. Ze behoren te worden opgenomen in een niet-taalgedefiniëerd Brussels arrangement. De urbanistische en financiële problemen die de opsluiting van Brussel binnen de grenzen van de 19 gemeenten met zich meebrengen, rechtvaardigen een overeenkomst, waarbij degenen die objectief tot Brussel behoren, dat ook werkelijk kunnen zijn. Uitbreiding van het Brusselse Gewest dus, zo niet territoriaal, dan toch via een Gemeenschap, waarover we hieronder te spreken komen.

...door een eigen niet-linguistische Gemeenschap te vormen
De Belgische staatsordening kent Gewesten voor "niet-personnabele" aangelegenheden, zoals ruimtelijke ordening, etc., en Gemeenschappen, gedefinieerd naar taal, voor "personnabele" zaken, zoals uitkeringen en onderwijs. Brussel is een Gewest, maar geen Gemeenschap. Op zich logisch, want Brusselaars spreken niet allemaal thuis dezelfde taal. Als je de cijfers neemt, dan zijn 8.5% van de Brusselaars geheel Nederlandstalig en 36% geheel Franstalig. Geen puur franstalige meerderheid, dus. Meer dan de helft voelt zich tweetalig. Maar daar is geen Gemeenschap voor. Tweetalige partijen en taaltellingen zijn zelfs grondwettelijk verboden!

Afgezien van het feit, dat ik taalgedefiniëerde gemeenschappen onzin vind, kan ik begrijpen, dat met name de Vlaamse landstreken van België zich hebben willen ontworstelen aan de houdgreep van de franstalige bourgeoisie en adel. Voor de stad Brussel is die weg via de taal (talen) niet mogelijk. Brussel's emancipatie verloopt via niet-linguistische lijnen. dat behoort te worden erkend.

Niet: Vragen, maar: Doen!
Moet Brussel daarom aan de Frans- en Nederlands-taligen beleefd vragen, om een eigen statuut te mogen hebben? - Ik denk van niet. Dat heeft weinig zin. Ik denk, dat de enige uitweg is, gewoon zelf een Brusselse veeltalige Gemeenschap te stichten, n'en déplaise le FDF, en die van onderop te laten werken. Weg met de COCOF, weg met de Vlaamse bevoogding via de COCON! Weg met de intergemeenschappelijke coordinatiecommissie tussen de Gemeenschappen voor Brussel, waarvan ik de naam niet kan uitspreken!

Wat is dat voor onzin, dat een muziekconcert voorbehoudenn is aan een taalgemeenschap? Waarom kan ik niet me aansluiten bij hetzelfde ziekenfonds als mijn buren? Mijn gemeenschap, dat zijn de mensen die ik tegenkom in de bistrot om de hoek, de vuilnismannen die mijn zakken komen ophalen, de puur franstalige schepen van civiele zaken, die zo gevoelig het huwelijk van mijn logée sluit. Gemeenschappen, die gaan over het gemeen, het gemeenschappelijke, en niet over wat ons zou kunnen verdelen. Wij Brusselaars hebben weinig of niets met gemeenschappen in het verre Namen of Antwerpen. We hebben wel iets met ze, we willen hen niet kwijt, nee, maar we hebben zo onze eigen manieren om de zaken te regelen. Daarom hebben we een eigen gemeenschap nodig. Met alles erop en eraan: Tweetalig onderwijs gericht op Europa, een cultureel leven dat zich ent op datzelfde Europa, eenvoudige arrangementen met de instellingen voor sociale voorzieningen, enzovoort.

Hoe?
Daarom is naar mijn voorzichtig en bescheiden inzicht, dat toch niet losstaat van m'n Amsterdamse rebelse achtergrond, de meest eenvoudige en humane oplossing deze, dat we in Brussel gewoonweg zelf een "Gemeenschap" oprichten, daarvan de ministers verkiezen en het bijbehorende geld opeisen van de federale Staat. Die gemeenschap, ik zeg het er maar even voor de duidelijkheid in deze nederlandstalige versie bij, zou meer omvatten dan de 19 gemeenten van het Brusselse territoriale gewest: Grote delen van Vlaams- en Waals-Brabant horen erbij.

Maar zo kunnen de grondwettelijk geheiligde territoriale taalgrenzen in stand blijven, doch alleeen gelden voor "niet-personnabele" aangelegenheden. Iedereen die zich Europeaan, of Brusselaar voelt, daarentegen, zou moeten kunnen kiezen om te behoren to de derde, hybride "gemeenschap" van België. Dat zal pijn doen bij de verstokte francofielen en evenzeer bij de Vlamingen die via verstikking Brussel willen dwingen om voor hen te kiezen.

Ik denk dat niemand ons kan tegenhouden, als we echt, samen, willen.



Powered by ScribeFire.



Technorati Tags: , , , ,
Related Posts with Thumbnails