17 februari 2007

Mijn vader werd 90 jaar


Jan D. Riethof (*1917), 20 januari 2007

Ik ga steeds meer op hem lijken.
Dat kun je op deze blog goed zien.

Jan Dirk Riethof werd geboren in Schiedam op 20 januari 1917 als derde zoon van Jan Riethof en Elisabeth den Uyl (inderdaad, familie van -). Zijn vader was gepensioneerd ex-KNIL*)-militair die zich moest behelpen met fragiele baantjes als portier en museumbewaker.
Hij groeide op in Utrecht onder armelijke omstandigheden.
Via de Mulo, wist hij toch HBS-B af te maken, maar kon wegens geldgebrek niet naar Delft om daar bouwkunde te studeren. Het werd de MTS.
Wat ook nogal tegen de familietraditie inging: Hij werd lid van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC, zie WikiPedia), de sociaal-democratische jeugdorganisatie, opgericht door Koos Vorrink e.a. naar het voorbeeld van de Duitse Wandervögel.
Daar leerde hij mijn moeder kennen en daaruit heeft hij ook zijn hele leven inspiratie geput voor zijn politieke en culturele standpunten.

Stadsontwikkeling in Amsterdam
In het verlengde van dergelijke ideeën over natuur, optimisme, gemeenschap en respect voor anderen, lag het 'Nieuwe Bouwen', de stroming in de architectuur en de stedebouw (urbanisme) die met kracht elke nostalgie verwierp en stadsplanning plus woningbouw wilde ontwikkelen vanuit strikt rationele gezichtspunten, zoals: orientatie van woongebouwen op de bezonning, functiescheiding tussen wonen, werken, recreatie en verkeer.
Brandpunt van deze stroming in Nederland was de sector Stadsontwikkeling van de Amsterdamse gemeentedienst der Publieke Werken.Voordat mijn vader daar als tekenaar aan de slag ging, had de gemeente al een bijzonder volledig Algemeen Uitbreidingsplan ontwikkeld, geheel volgens de principes van het 'Charter van Athene' en op wetenschappelijke leest geschoeid: de afdeling 'Survey' produceerde aan de lopende band statistieken en daarop gebaseerde berekeningen, die de grondslag vormden van het ruimtelijk beslag en de stedebouwkundige ordening. Anders dan meestal bij dergelijke plannen het geval is, is dit AUP tot diep in de zestiger jaren vrijwel naar de letter uitgevoerd. Ondanks de schokken van de Tweede Wereldoorlog en de woningnood erna. Je kunt zelfs het bouwen in de zeventiger jaren in de Bijlmermeer, niet voorzien in het AUP, zien als een extrapolatie van de AUP-beginselen, zij het tot in het absurde doorgevoerd.

Dichtbij de 'groten' van het Nieuwe Bouwen (mej. Mulder, Ir. Van Lohuizen, Ir. C. van Eesteren [zie korte biografie tgv NAi "De Regie van de Stad'], enz.) ontwikkelde mijn vader zich tot hoofd van een onderzoekafdeling binnen de survey van Stadsontwikkeling. Er werd verkeer geteld, er werden vierkante meters ruimtebehoeften aan sportterreinen uitgerekend - ik heb het een beetje meegemaakt, als ik als middelbare scholier vakantiebaantjes vervulde op "zijn" afdeling.

Weigering van de vertrutting in de stedebouw...
Een grote schok in zijn werkzame leven, betekende de terugkeer naar een ouderwetse en meer intuïtieve vorm van bouwen en stadsplanning rond het midden van de zeventiger jaren in Amsterdam. Functionele patronen werden verstoord door 'inbreiding', nieuwe woonbuurten werden ontworpen als replica's van oude Ijsselmeerstadjes, korte-termijnbeslissingen vervingen de zorgvuldige meerjarenplanning. Stadsontwikkeling werd feitelijk opgeheven, onderzoeksfuncties gingen naar een bestuursdienst, die bij de (politieke) dag leefde en ondergeschikt was aan wisselende modes en bestuurlijke persoonlijkheden.

Toen hij 62 jaar was, hield hij er plotseling mee op: Vervroegde pensionering was toen nog een goede optie. Dat was 28 jaar geleden - een mensenleeftijd. Van zijn plannen om te publiceren over de geschiedenis van Stadsontwikkeling kwam weinig terecht. Er waren veel andere zorgen. Langzamerhand werd het gepensioneerde leven gevuld met de activiteiten in een hechte groep van oud-AJCers, in het begin vooral uit Utrecht. Het waren mensen van de generatie van mijn ouders, of iets ouder. De meesten van hen zijn nu overleden.

Oud worden in een zich verhardende samenleving
Een zwakker wordende gezondheid, vereenzaming, verlies van functies slaan nu toe. Toegang tot een plek in één van de bejaarden- en verzorgingshuizen in Amsterdam, die mijn vader zelf zo zorgvuldig had helpen plannen, is er helaas niet van gekomen. Met hulp van mijn drie broers en hun gezinnen, die verspreid in Nederland wonen, en -sinds kort- met die van de wijkverpleging**), wordt een stukje leven in stand gehouden.

Het is bijna een hele eeuw, die u met een onhandig gebaar groet.
Uiterlijk lijk ik op hem. Maar ik knok ervoor, om anders oud te (kunnen) worden.


Update 3.4.08:

05 februari 2007

Nieuw kabinet: Bos erin, Balkenende eruit

Zoals Marc Chavannes (veel internationale ervaring, jarenlang correspondent in Frankrijk en in Washington - boeken erover geschreven) zaterdag in de NRC schrijft, de PvdA is een PvB geworden. De Partij van Bos.

De PvdA=PvB heeft nog een heel alfabet af te werken
Maar het probleem is niet, of Bos er goed aan doet, als minister van Financiën in het kabinet te gaan zitten. Als er in de PvdA niemand anders is dan Wouter Bos, om de fractie te leiden en de hervorming van de partij verder te zetten, is het treurig gesteld. Maar zo erg is het nog niet. Er zijn genoeg mensen beschikbaar om het schetsmatige en oppervlakkige program van Delft verder uit te bouwen tot een modern, stevig, progressief program dat vooruitziet in de wereld van een eenwordend Europa, de gevaren van marginaliseren van hele bevolkingsgroepen bestrijdt, enz.

Het komende kabinet
Een kabinet met een (groter) CDA en de wel sociaal-progressieve-, maar ethisch-conservatieve-, ChristenUnie, is intussel wel ongeveer het denkbaar slechtste uitgangspunt voor een herleving van een gemoderniseerde sociaal-democratische politiek in Nederland.
Ik heb er hier eerder voor gepleit, dat de PvdA zou 'inbreken' (stijl-Burger, 1973) in het CDA, om de aldaar sterk aanwezige-, maar de laatste jaren in verschillende hoeken gedrongen-, 'sociale' vleugel aan te spreken voor een inspirerend regeringsprogram. Het gezamenlijke gewicht van PvdA, Groen-Links en de CU, zoals dat in het begin van de formatie gestalte kreeg, had daarbij een doorslaggevende rol kunnen spelen, zelfs als de beide laatsten uiteindelijk niet in de regering zouden zijn gekomen.

Geen inhoudelijke discussie over Balkenende's program en persoon
Daartoe had men de positie van Balkenende ter discussie moeten stellen.
Dat lijkt gezochter dan het is. Balkenende heeft immers van zijn voorkeur voor doorregeren met de VVD, om zijn 'hervormingen' af te maken, nooit een geheim gemaakt. Bij de nederlaag van zijn coalitie, op 22 november 2006, echter, vertoonde zijn partij een triomfalistisch tv-spektakel, de US-Republikeinen waardig: Onder een regen van confetti (ticker-tape), daalde het Balkenende-paar de trappen af. "Wij zijn de grootste!" Ondanks het eigen verlies van ettelijke zetels. Ook bij het daaropvolgende partijleiders-gesprek voor de TV, verkeerde de Balk nog in een triomf-stemming: "Wij nemen de leiding in de formatie en u hebt maar af te wachten, waarmee we komen!" Bos liet het gelukkig niet helemaal over z'n kant gaan en wierp de SP in de strijd, wier winst zelfs door Balkenende niet te negeren viel.

Balkenende stond immers voor een program, een onaanvaardbaar program, dat hij alleen met behulp van VVD en PVV zou hebben kunnen doorvoeren. Had Balkenende zich ooit duidelijk van de ideeën en praktijken van Verdonk gedistantiëerd? - Daarmee kwam de volgende kans om met hem af te rekenen: Toen de Kamer in nieuwe samenstelling haar in feite wegzond.
Balkenende (en de griezel Verhagen, die nu waarschijnlijk als buitenland-minister de wereld onveiliger gaat maken), hadden aan hun programma gehouden moeten worden.

Strategie-debat ontaardt in poppetjes-discussie
Maar, en dat illustreert de zwakte die de PvdA heeft overgehouden van het Fortuyn-débacle, de pijlen richten zich op Bos, die in een onbewaakt moment verklaard heeft, dat hij geen minister wil zijn 'onder Balkenende'. Als hij het kabinet in gaat, zal hem dat worden nagedragen. Dat is niet eerlijk: Aan de leiders van SP en van Groen-Links wordt het tegengestelde verweten. Het is het één of het ander. Maar als Balkenende en zijn partij Bos zo graag in het kabinet willen hebben, had die laatste kunnen verklaren: "Maar niet onder Balkenende!" Er zijn nog genoeg andere minister-presidentiabelen in het CDA. Wijffels zelf bij voorbeeld. Dat Balkenende aan zijn positie vasthoudt, is een on-antirevolutionaire, on-gereformeerde, ja: hoogmoedige houding.
Hoe komt dat?

Balkenende als premier van een progressief kabinet is een anomalie.
Hij vormde zijn sociaal-economische inzichten in de negentiger jaren, tijdens de 'tocht door de regeringsloze woestijn' van het CDA, in een denktankje met uiterst conservatieve economen. Z'n voorkeur voor de communautaristische ideeën van Amitai Etzioni is daarmee niet in tegenspraak. Integendeel: Als maatschappelijke groeperingen zich bezighouden met het 'kleingoed', alles 'samen' doen, komt er meer ruimte voor de 'grote' politiek over hun hoofden heen. Dat is de manier waarop zijn grote Amerikaanse voorbeeld 'zijn' beweging runt: Autoritair. "Houd je met je eigen zaken bezig!" voegt hij geregeld zijn volgelingen toe, als ze zich wagen aan het voorstellen van een meer brede visie. Het is communautaristisch conservatisme.

Gereformeerd élitisme à la Kuyper tegenover randpopulisme
Een dergelijke elitistische houding vinden we ook, als restant van het Heideggeriaanse denken, bij een verlichte politieke filosoof als Hannah Arendt. Het 'sociale' is bij haar zaak van zelf-regering door de massa. De grote beslissingen moeten worden genomen in de areopaag van denkers en het materiële ontstegen politici. Deze scheiding tussen 'eigen verantwoordelijkheid' in het 'sociale' (bij Balkenende, - niet bij Arendt -, vertaald naar 'marktwerking') en elitaire verantwoordelijkheid in het 'politieke', is reactionnair en geheel "on-Bos".

De laatste immers, laat zich steeds voorstaan op de directe relatie die hij legt tussen wat hij 'in het land' hoort en de grote politieke beslissingen. Dat dat sterk neigt naar opportunisme, politieke stilstand en populisme, komt doordat Bos blijkbaar niet genoeg aan de mensen te vertellen heeft, om hun te helpen, de grenzen van het mogelijke, dan wel de consequenties van wat ze à l'improviste debiteren, duidelijk te maken. Daardoor zeggen ze hem van die vreselijke dingen, bij voorbeeld over immigranten. En daarom geeft hij die, nauwelijks gefilterd door humanisme, door.

Voor een fors debat over communautair conservatisme tegenover democratische inspraak (mits die een dialoog is)
Maar de oriëntatie op een politiek, hoog en laag, van en voor alle mensen zonder onderscheid, is een doorslaggevend pre op de Kuyperiaanse houding van Balkenende die de 'kleine Luyden' van zijn grote voorganger wil doen herleven. Het is betreurenswaardig, dat, waar de PvdA alle denkkracht voorradig tracht te mobiliseren, het fundamentele publieke debat tussen de beide denkrichtingen nog niet echt is aangezwengeld.

Daarom, laat Bos het met Balkenende uitvechten in het kabinet en laat de PvdA zich los daarvan versterken en verdiepen!

29 december 2006

Rotterdam werkt aan herstel ethnisch-cultureel evenwicht

Overgenomen uit: e-urban Journal, samedi, décembre 23, 2006 at 00:25
Huib Riethof, e-urban administrator in: Immigration [All], Community Development [All], Trends: Nederland en België, [NL], Rotterdam

Rotterdam, december 2006. Een nieuw College van B&W is sinds 8 maanden in functie, met de PvdA als grootste partij en zonder de LPF van Marco Pastors.Een kleine matigende invloed op de eenzijdige "Rotterdam-Code" en ook op de uitwerking van het achterstands-wijk verbod aan (voornamelijk) immigranten (het werd tijdelijk, voor 1 jaar) was al wel waar te nemen, maar spectaculair was het allemaal niet.

(Ik schreef in het e-urban Journal eerder over Rotterdam: Rotterdam closes its social housing to poor immigrant families [EN] (4/2/06) en: Rotterdam mag tijdelijk discrimineren in 4 wijken [NL] (15.6.06) )

Van-nelle foto gem Rotterdam Cultuur.gifMijn indruk van "pas-op-de-plaats" werd nog versterkt tijdens de 1-daagse conferentie van 9 oktober 2006 in het Van Nelle Complex. De nieuwe linkse wethouder van Participatie, Orhan Kaya, van Turkse (Turks-Koerdische) afkomst, was misschien wel aanwezig, maar je hoorde of zag hem niet.

De bijeenkomst werd gedomineerd door de "oude" Rotterdamse configuratie: Op de eerste rij burgemeester Opstelten (VVD), die steeds meer op collega Dickerdack van Rommeldam gaat lijken, geflankeerd door (toen nog) minister van integratie en vreemdelingenbeleid, Rita Verdonk (ook VVD). Ter andere zijde bevond zich Eurocommissaris Franco Frattini (ook geen wonder van progressiviteit), maar die blijk gaf van een heel wat verlichter denkwijze dan van de beide eerder genoemden bekend is.

Frattini prees een Rotterdams initiatief om Europese steden te netwerken op het onderwerp "immigratie". Voor het gemak, uit naïveteit, of, wat ik hoop, uit superieure slimmigheid, interpreteerde hij dit steden-initiatief als een ondersteuning van zijn streven naar een rechtvaardige immigratiepolitiek en stelde voorzichtig een kader voor, waarbinnen het stedennetwerk, over de hoofden van terughoudender regeringen heen, zijn integratiepolitiek zouden kunnen steunen. Het blijft overigens de vraag, waarom Rotterdam niet gewoon meedoet met het bestaande Europese stedennetwerk over integratie, dat door de stad Stuttgart geleid wordt.

Op de conferentie hield ook Tariq Ramadan een bezielde inleiding, die op gelukkige wijze contrasteerde met wat minister Verdonk te berde bracht. Ramadan's boodschap aan de moslims in Europa is, dat ze zonder hun geloof los te laten, zich behoren aan te passen, zelfbewuster te zijn en een nieuwe geloofsbeleving introduceren, die harmoniseert met de Europese verworvenheden. Zijn boodschap aan de autochtonen is, dat ze hun vooroordelen zouden moeten laten vallen en (jonge) moslims accepteren zoals ze zijn. dat alles binnen het kader van de wet en van de Europese beschavings-verworvenheden.

Dat alles gaat natuurlijk velen boven de pet. Het is een intellectueel standpunt, dat botst met bij voorbeeld de uitwerking die Abu Jahjah uit Antwerpen eraan geeft. Maar Ramadan's intellectuele integriteit is zowel een nadeel als een winstpunt. Het nadeel is de grote abstractie. Het voordeel is het rolmodel dat hij belichaamt voor de beter opgeleide immigranten, die zo vaak de neiging hebben om onder te duiken in aanpassing en zich van het lot van hun minder opgeleide, dus maatschappelijk meestal minder geslaagde-, broeders en zusters, weinig aantrekken. In zekere zin is hetzelfde effect te verwachten op de "intellectuele" stokebranden in het columnistencircuit.

Het is dan ook een opmerkelijke stap vooruit te achten, dat de gemeente Rotterdam deze zelfde Tariq Ramadan nu heeft ingehuurd als bemiddelaar tussen de Rotterdammers, een rol die hij ook in Londen vervult. Ziehier de betreffende delen uit het NRC-bericht van 16 december 2006:

Overheid moet migranten vertrouwen

Controversiële intellectueel Tariq Ramadan gaat Rotterdamse integratiedebat leiden
Wetenschapper op de campus, bruggenbouwer in de stad. Islamoloog Tariq Ramadan gaat Rotterdam laten nadenken over identiteit en burgerschap.
Zelf spreekt hij consequent van een project, een project dat een voorbeeld kan zijn voor andere steden in Europa. Filosoof en islamoloog Tariq Ramadan gaat, op verzoek van de gemeente, in Rotterdam het publieke debat aanjagen over integratie. Tegelijk bezet hij als eerste hoogleraar de nieuwe wisselleerstoel Identiteit en Burgerschap aan de Erasmus Universiteit. De internationaal befaamde Ramadan werd gisteren in het stadhuis gepresenteerd door trotse vertegenwoordigers van gemeente en universiteit. De keuze voor Tariq Ramadan (Genève, 1962) is gewaagd. De van origine Egyptische denker bepleit actief burgerschap van moslims in Europa. Ze moeten zich, met behoud van hun identiteit, aanpassen aan de wetten van het land waar ze wonen. In Engeland, waar hij woont en doceert aan de universiteit van Oxford, is Ramadan adviseur van de regering. In Frankrijk en de Verenigde Staten is hij echter omstreden omdat hij de islamisering van Europa zou prediken. Een Amerikaans hoogleraarschap ging in 2004 niet door omdat de VS geen visum wilden verstrekken.

[...]

U kunt het integratiedebat in Europese landen vergelijken. Wat kenmerkt het Nederlandse debat?

Het debat is hier begonnen in een gespannen situatie, na de moord op Theo van Gogh. Er was sprake van een identiteitscrisis, vergelijkbaar met die in Engeland na de aanslagen in Londen. Het tolerante integratiebeleid kwam ter discussie te staan. Ik vind dat daarbij teveel wordt gekeken naar religieuze en culturele factoren en te weinig naar sociaal-economische factoren als werk en huisvesting. Veel zaken worden op één hoop gegooid. Ik hoop die verwarring tegen te gaan door dingen uit elkaar te trekken, te deconstrueren.

U kent de situatie in Rotterdam, u was vorig jaar bij het zogenoemde islamdebat. Wat heeft de vorige collegeperiode opgeleverd, met streng beleid ten aanzien van migranten?
Het heeft geleid tot een wederzijds gebrek aan vertrouwen tussen burgers en overheid. De lokale overheid wilde dingen veranderen, maar migranten zagen beleid dat tegen hen was gericht. De perceptie van burgers is heel belangrijk: hoe ervaren ze dingen? Daar gaat het ook mis bij de Franse jongeren: ze voelen zich niet serieus genomen als burgers.

Aan dat gebrek aan vertrouwen gaat bij veel allochtone Rotterdammers een gebrek aan participatie vooraf. Ze nemen niet deel aan de Nederlandse samenleving.
Dat is een vicieuze cirkel. Omdat ze niet deelnemen is er geen vertrouwen en omdat er geen vertrouwen is nemen ze niet deel. Er is sprake van zelf-segregatie die doorbroken moet worden.

Wethouder Orhan Kaya, degene die u heeft aangesteld, ligt onder vuur omdat hij zijn portefeuille participatie nog niet waarmaakt. Krijgt u wel genoeg steun van de gemeente?
Dit college heeft de politieke wil om dingen te veranderen, anders was ik hier niet. Rotterdam verwacht van mij geen oplossingen, wel dat ik mensen uitdaag om over belangrijke zaken na te denken.

De aanstelling van Ramadan in Rotterdam kan een verdere doorbraak betekenen in de uitzichtloze confrontatiepolitiek die de stad onder het vorige college begonnen is. Zoals Ramadan ook zegt, de eigenlijke problemen liggen op het sociaal-economische vlak.

Tot begrip van de Rotterdamse lijn moet dan ook dienen, dat de stad een economisch rampgebied is (in vele sectoren, met name die waar oude werkgelegenheid in industrie en haven verloren gaat). De ruimte, om tot minder gespannen verhoudingen te komen, is er dan ook klien, kleiner dan in Amsterdam of in Den Haag.

Betere voorlichting aan het Rotterdamse autochtone publiek en het opzetten van gezamenlijke (buurt-) verbeteringsactiviteiten moeten dan ook vooropstaan. Eén en ander kan alleen maar slagen, als ook economisch en sociaal meer ademruimte wordt gemaakt.

Article originally appeared on e-urban (http://e-urban.squarespace.com/).
See website for complete article licensing information.

22 november 2006

Olivier Roy: De ongemakkelijke menging van culturen


Vandaag, verkiezingsdag, in afwachting van de uitslagen, even een signalement van Olivier Roy, de "Roy" waarover ik het had in een voorgaande post over Hirsi Ali. Aanleiding is diens interview in De Groene Amsterdammer [€] (=betalende abonnee-website) van deze week.

Ik lerde het denken van Roy kennen uit "La Mondialisation de l'Islam" uit 2002, in het Nederlands vertaald als: De globalisering van de islam.
Het was een verademing in de stroom van neo-xenofobe literatuur enerzijds, en de 'ontkenningsliteratuur' van de in verdediging gedrongen multiculti's anderzijds.

Het betoog gaat uit van wat er concreet veranderde, hoe de menging van derde-wereld- en europese culturen bij verschillende bevolkingscomponenten angst- en regressie-reacties teweeg brengt . Bij marginale , maar luidruchtig groepen aan beide zijden leidt dat tot vormen van radicalisme die het wettelijke kader van de democratische natiestaat niet verdraagt.
Zoals ik hier wel vaker betoog, heeft dat weinig met godsdienst te maken. DE Groene-interviewer (Rutger van der Hoeven):
Hij pleit er dan ook al jaren voor om in onze benadering van moslims hun cultuur en religie te scheiden. Dat is ook een hoofdthema in Roy’s nieuwste boek, De islam en de scheiding van kerk en staat.
Waarom?
De twee basismodellen voor integratie, het Noord-Europese en het Franse, hebben beide even opzichtig gefaald. Het Noord-Europese model, van bijvoorbeeld Nederland, is het multiculturalisme, waarin minderheden worden aangemoedigd hun eigen cultuur te behouden. Het Franse model stoelt op assimilatie, waarna de immigrant gelijkwaardig burger is. Beide modellen zijn om dezelfde reden mislukt: ze hebben een cultuurprobleem verward met een strijd om religieuze vrijheid. Zowel in Nederland als in Frankrijk werd het maatschappelijke systeem in de jaren zestig en zeventig afgebroken. In Nederland was dat de verzuiling, in Frankrijk de eenheidscultuur die religie tot een privé-zaak maakte.’
Dat is dus de "verweesde samenleving", de samenleving van na '60/70, die haar vanzelfsprekende houvasten verloren had. Ik ben nooit zo'n fan geweest van deze fortuynse definitie. De knellende collectieve verbanden die in de jaren 60-70 werden verbroken, waren op dat moment al vrijwel betekenisloos geworden. Er kwamen nieuwe verbanden en identificaties voor in de plaats. Een bevolking die massaal voortgezet onderwijs volgde, die het wereldnieuws, de cultuur en het weten dagelijks thuisbezorgd krijgt via de televisie, hoeft zich niet meer op te sluiten in zuilen-verbanden (NL) of in nationaal alpinopet-conformisme (FR).

Nee, ook als zuilenverbanden en/of nationale identiteiten nog springlevend waren geweest, zou er een angstige reactie zijn opgetreden tegenover de drie ontwikkelingen die Roy terecht noemt:
  • De globalisering
  • de Europeanisering en
  • de immigratie van andere culturen.
Ze hebben alle gemeenschappelijk, dat ze "onze" ruimte binnendringen. Een heel instinctieve territoriumdrift verzet zich daartegen. Het is verbonden met "onveiligheid", onzekerheid. en ze liggen in elkaars verlengde: dat de ouderwetse winkels in de buurt verdwijnen, ligt in wezen aan globale ontwikkelingen: Albert Heijn en de Gamma-markt verdringen hen. Maar de bejaarde buurtbewoners zien Turkse groenteboeren en Marokkaanse theehuizen in hun plaats komen. En in plaats dat onze geseculariseerde leidslieden, de intellektuelen, deze mensen erop wijzen, hoe goed het is, dat de verdwenen winkels niet verkrot zijn, maar dat de immigranten de ruimtes een nieuwe functie hebben gegeven, huilen ze opportunistisch mee met de wolven in het bos en spreken van een islamitische tsunami.
Het verzet van de gewone mensen tegen commercialisering van de zorg, het wonen, het vervoer, de cultuur, de sport, de post, het water en het gas en de electra - wordt afgeleid naar de aanwezigheid van immigranten.
In plaats van via de Europese Unie dammen op te werpen tegen een wildgeworden kapitalisme en tegen de afbraak van de sociale welvaartsstaat (en de EU moet dat doen, want afzonderlijke nationale staten zijn daartoe niet meer in staat), wordt ook de EU zwartgemaakt, alles ten behoeve van een regressieve wending naar een imaginair collectief verleden.

Roy:
[..] de maatschappij ziet geslaagde immigranten die zich werkelijk omhoog hebben gewerkt ook niet. We richten ons in het integratiedebat op twee groepen: de criminele jongeren en de bebaarde, slecht Nederlands of Frans sprekende imams.

Daarom zie je overal ter wereld dat culturele gebruiken – inclusief religieuze – het meest rechtlijnig en verbeten in stand worden gehouden door minderheden. Het leidt vaak tot neofundamentalisme.

Tegen dergelijk neofundamentalisme is weinig te doen. Het komt voort uit culturele verwarring en is een onvermijdelijk bijproduct van mondialisering. Het is overigens ook niet beperkt tot moslims. De neofundamentalistische reactie op het verlies van identiteit zie je ook in het Westen. In de VS met de opkomst van religieus rechts, in Europa met allerlei pogingen onze cultuur en geschiedenis te bekrachtigen.’
En tenslotte:
Het is een universeel gegeven. Laten we die problemen beschouwen als wat ze zijn: als cultuurproblemen, niet als een botsing van wereldreligies. Het is jammer dat zo veel intellectuelen het die kant op trekken, en dezelfde taal uitstoten als de mensen in de cafés. Wat dat betreft, zie ik met betrekking tot integratie de toegevoegde waarde van intellectuelen niet meer.
En daarmee hebben we de kern van de westerse cultuurcrisis te pakken: De economie en de technologie zijn zodanig veranderd, dat er geen behoefte meer bestaat aan massa's landbouwers en fabrieksarbeiders. Wat gaat het achter deze ontwikkelingen aanhuppelende sociale, ideologische bewustzijn ermee doen?

Het uitsluiten, het "abhängen" van hele bevolkingsgroepen, begint met de immigranten en zal zich doorzetten naar allen die het financieel niet meer rooien kunnen omdat er geen werk meer is. Hun huurwoning wordt hen afgenomen, hun gezondheidszorg gecommercialiseerd. En zoals de zogezegde "niet-integratie" van immigranten hun eigen schuld zou zijn, waarvoor ze maar moeten boeten, zo zal dat straks (nu al een beetje) gelden voor iedereen die geen werk heeft.

Het wanhopige radicalisme van gefrustreerde immigranten zal dan worden vermenigvuldigd met jacquerieën en bendevorming op het platteland en in de steden.
Als intellectuelen zich daarover zorgen maakten en in staat waren om door de sluiers en baarden heen te zien, af te zien van heksenjacht, dan zouden ze zich wel twee maal bedenken, voordat ze zich leenden voor de modieuze demagogie tegen "de" Islam!
Related Posts with Thumbnails