Posts tonen met het label Jan Marijnissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Marijnissen. Alle posts tonen

19 juni 2010

StichtIng De Ruyter boos omdat Wilders zich als hun held verkleedde...

In het rampjaar 1672 (regering radeloos, regenten redeloos, rapalje teugelloos") verzamelde zich een grote menigte woedende Oranjeklanten voor het woonhuis van Admiraal De Ruyter aan de Amsterdamse Prins-Hendrikkade. Het waren de zogenaamde "bijltjes", scheepsbouwwerkers van de nabijgelegen probleemwijk Kattenburg.
De Ruyter was de sterke zee-arm van het anti-oranjegezinde bewind van de gebroeders De Witt, die even later voor de Gevangenpoort in Den Haag door een opgehitste "Oranje"-mob gruwelijk zouden worden vermoord. (Geslachtsdelen op joods-christelijk-humanistische wijze in de mond gestopt, enzovoort).

Michiel was niet thuis en zijn radeloze echtgenote werd gered door de Jobs Cohen van die jaren, de Amsterdamse burgemeesters, die de schout en zijn rakkers erop af stuurden.
Volkskrant:
Wilders liet zich in de week van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in het blad [Veronica Magazine, HR]  afbeelden als Michiel de Ruyter, naar zijn zeggen ,,één van de grootste helden uit de Nederlandse geschiedenis''.
Een duidelijk gevalletje hoogmoed, zo meent de stichting. 'Wilders is wel de laatste persoon die zich met De Ruyter kan en mag vergelijken', stelt een zegsman van de organisatie. 'De Ruyter was, zoals elke goede militair, volstrekt a-politiek. Hij heeft zich nooit bemoeid met alle heftige politieke tegenstellingen van zijn tijd.'
bron: Stichting De Ruyter boos op Wilders - Binnenland - de Volkskrant.

Met de politieke neutraliteit van De Ruyter viel het dus nogal mee.
Interessant is ook, dat hij het op een akkoordje gooide met de "Barbarijse zeerovers", piraten uit Noord-Afrika, moslims dus, die hij inzette als de "eerste linie" tegen het Spaans-Engelse gevaar. Ongeveer, zoals Wilders graag Israël zou willen zien als "eerste linie" tegen de Islam.
"Het kan verkeren", zei de zeventiende-eeuwse illegale immigrant Breero, die binnen de grachtengordel woonde.

Ik juich het initiatief van de Michiel-de-Ruyter Stichting van harte toe. We zouden allemaal beter moeten opletten, dat onze symbolen, vlaggen en herinneringen niet worden gekaapt door het krapuul van de vals-blonde faker.

Zo zouden de Israëlische ambassade en het CIDI het misbruik van de Israëlische vlag en de Davidsster door Wilders en zijn PVV-mob toch echt eens moeten aanpakken.

Trouwens, als Wilders zo graag held des vaderlands wil spelen, waarom verkleedt hij zich niet als
  • Hugo Grotius (theoreticus van vrij verkeer en vrije immigratie), of
  • Spinoza (uit Amsterdam verbannen Sefardisch-joodse immigrant, die grondslag legde voor een humanistisch wereldbeeld en wiskundig godsbeeld, waarin alle religies gelijk zijn), of
  • Multatuli (Hoofden van Lebak, Saïdjah en Adinda: voorvechter van koloniale bevrijding en gelijkstelling Islam), of
  • Willem Drees Sr., die het (Breekpunt :-) algemeen ouderdomspensioen met 65 jaar invoerde?
U weet wel waarom!


11 juni 2010

Wijsheid achteraf. Sportjournalist vertelt wat wij al maandenlang over Wilders onthullen.

Bij Knevel en VandenBrink grote verbazing over het feit, dat Wilders' program discriminatie wil institutionaliseren. Dat wisten ze echt nog niet. Nu is het te laat.
Hier op DLL en bij Krapuul, hebben we wekenlang het PVV-program en Wilders' uitspraken in het buitenland gefileerd. Nu met behulp van de nieuwe opportunistische VVD van Rutte, Wilders in de regering dreigt te komen, wordt men wakker.
Jeroen vd Heuvel vandaag op Krapuul:
Humberto Tan heeft het PVV programma wel gelezen. De aanwezige “journalisten” kennelijk niet; op een bepaald moment (het moment dat Umberto over de etnische registratie in het PVV programma begint) vraagt Van de Brink “weet je het zeker?”
Ik denk dat dat wel een hoogtepunt was in de journalistieke carrière van Van de Brink.
Overigens is deze Van de Brink geen uitzondering, dit geeft alleen zo duidelijk het niveau aan van de Nederlandse journalisten.
Hier is een stukje van de uitzending:


Tan heeft gewoon, net zo als wij, het verkiezingsprogramma van de PVV gelezen en daarover de vragen aan Wilders gesteld, die zijn collega-politici niet aan Wilders hebben durven stellen.
Kijk naar Knevel en Vanden Brink - ze staan met de mond vol tanden. En Jan Marijnissen, voor wie ik echt een zwak heb, wat weet hij te zeggen? Ook de SP heeft een tijd lang geprobeerd om te profiteren van de angst van dorpsbewoners voor immigranten. Nu niet meer. En zelfs de goedkope anti-Europa-agitatie is onlangs verlaten. Te laat, maar toch: gelukkig.
PvdA-coryfee Frans Timmermans, bepaald niet de slechtste en een van de weinigen in die partij, die het Wildersbeestje bij de naam hebben durven noemen, moet op facebook oproeien tegen de gekende intellectuele prostitués, als hij zich bij Tan aansluit.

Ik vind dat de Wilders-partij, al behaalt ze via list en bedrog 3 miljoen stemmen, niet in het parlement en zeker niet in de regering thuishoort. Als je goed kijkt is het helemaal geen democratische vereniging, maar een maffia. Daarom kon Wilders ook zo gemakkelijk z'n zogenaamde "breekpunt": AOW niet later dan 65 jaar, sneller laten vallen, dan de zon opkwam op 10 juni. Er is immers niemand, die hem controleert, of die medeverantwoordelijk is? Alle Limburgse oudjes, die dachten, dat hun pensioen bij Geert veilig was, worden opzij gezet. Hoe kun je je belangen toevertrouwen, aan iemand die aan niemand verantwoording schuldig is?

Wilders is een ordinaire oplichter. Een Madoff.
De PVV-maffia werft stemmen met de exploitatie van angst. Angst voor het nieuwe, terechte angst in een globaliserende wereld.  Daar zouden de traditionele partijen veel meer aan moeten doen, aan het wegnemen van die angst en aan het bieden van reële perspectieven. Toch is er niet niets gebeurd, de laatste jaren, op dat vlak. In vrijwel alle spanningsgebieden in de grotere Nederlandse steden, is de situatie enorm verbeterd, volgens objectieve- en door niemand bestreden cijfers van het CBS (publicatie december 2009, o.a. in NRC-Handelsblad). Dat komt voornamelijk door het wijkenbeleid van de verguisde minister Vogelaar en haar opvolger.
Daardoor komt het ook, dat de PVV niet wint (en zelfs verliest) in gebieden waar er werkelijk immigratieproblemen bestaan (bestonden), maar daar wint, waar er (nog) geen grote immigratie is: Brabant, Limburg, Oost-Groningen.
In de stad Amsterdam, toch een haard van spanningen, stemde meer dan 35% op de PvdA van Job Cohen, en nog eens ruim 20% op diens potentiële bondgenoten GL en D66. Het percentage voor de PVV is miniem, vergeleken bij de rest van het land.
We hebben hier en op Krapuul wekenlang aangegeven, dat Wilders is ingehuurd door een Amerikaans-Israelische combinatie, om hier een anti-Islam-programma door te voeren en de bondgenoot waar het hun op aankomt, de VS, onder druk te zetten. Wilders' actie heeft steeds minder met werkelijke probleùmen in Nederland te maken, als wel met de prioriteiten van de Likud-Jisrael beteinu regering in Tel-Aviv.
Dat weten nauwelijks zijn naaste medewerkers in het parlement in Den Haag. Laat staan Wilders' kiezers.
Zolang het runnen van een partij zonder leden en zonder democratie nog altijd niet verboden is in Nederland (hoewel al in 2008 Europa daarop heeft aangedrongen), zal de ontmaskering van Wilders als meester-oplichter moeten komen van de media en... van de rechter. Er loopt immers nog steeds een proces tegen W.
Opname van Wilders in een nieuwe regering met de VVD en het CDA, lost niets op. Sommigen lijken te hopen, dat het dan "vanzelf wel overgaat". 
Maar als de etnische registratie en de verandering van art.1 van de Grondwet in bloed-en-bodem zin doorgaan, is het al veel te laat.
Wilders hoort niet in het parlement, laat staan de regering, thuis.
Heb nu eens de moed, om de man neer te zetten om wat hij is: EEN OPLICHTER!

21 november 2008

Ethnische registratie in Nederland?

Vlag van de NL Antillen (Curaçao, Bonaire, etc...Eén van de gevolgen van het wegzenden van Ella Vogelaar als minister van o.a. Integratie, is, dat etnische registratie van "probleemjongeren" opnieuw op de agenda van de volksvertegenwoordiging staat. Anja Meulenbelt, senatrix in Den Haag voor de SP, schrijft daarover op haar partijblog:
In de coalitie (van CDA, PvdA en Christenunie, HR) zijn de meningen zwaar verdeeld over de mogelijke aparte
databank voor Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren - over etnische registratie dus. Nadat Vogelaar bestraft werd omdat ze op de Antillen gezegd had dat het van de baan was, werd die beslissing tot woede van de Antillianen na haar ontslag meteen teruggedraaid.


In de Eerste Kamer, in de commissie NAAZ, waar de nieuwe minister van der Laan [here English] op bezoek was, werden de voors en tegens besproken. Er zijn behalve ethische (stigmatisering) ook veel juridische bezwaren - en is sowieso etnische registratie heikel: hoe zou je dat doen? Een van de buitengewoon onmiskenbaar blanke senatoren is geboren in Paramaribo, terwijl een van de weinige authentiek beige senatoren geboren is in Den Haag, dus onder welke categorie zouden die moeten vallen? En al helemaal: moet je bij voorbaat besluiten een aparte etnische groep te gaan registreren, waarom dan niet alle probleemjongeren?
Etnische registratie is tot nu toe verboden in Duitsland. Begrijpelijk, vanwege de geschiedenis. Maar er zijn daar initiatieven, om zoiets toch mogelijk te maken per Duits "Land". In Frankrijk en Engeland is het zonder meer verboden. Zelfs in Denemarken (Mohammedkarikaturen!) en in Zweden ook.
Ik denk, dat er een Europese richtlijn hiervoor moet komen.

Iets voor een SP-initiatief in het Europarlement?
Mijn vroegere vriend Erik Meijer, fractievoorzitter in het EP voor de SP sinds 7 jaar, zou met zo een initiatief misschien zijn beklagenswaardige record als humanistisch politicus enigszins kunnen opvijzelen.
Na een omstreden carrière in de PSP en Groen-Links, werd Erik Meijer door het SP-partijbestuur afgevaardigd naar Brussel en Straatsburg met de kennelijke opdracht, om niets te doen, wat in zou kunnen gaan tegen het populistisch gedram van de SP tegen de Europese Unie.
De masochist Meijer, die kennelijk gelooft, dat verraad aan eigen principes (want hij is eigenlijk een voorstander van een supranationaal Europa en een tegenstander van benepen nationalisme à la SP) het mooiste offer is, wat men brengen kan aan het onbereikbaar ideaal, vervulde zijn taak tot nu toe perfect.

Meijer en Europa


Desalniettemin, nam hij dezer dagen, als EP-rapporteur voor de toetreding van Macedonië, een onafhankelijk standpunt in. "Macedonië mag geen slachtoffer worden van de (met name ook door de SP ondersteunde-) populistische acties tegen verdere uitbreiding". Ik denk daarbij aan Turkije.
Ik viel haast van m'n stoel, moet ik u zeggen. Voorjaar 2009 zijn er Europese verkiezingen. Gaat de SP om?
Ik droom misschien...

17 juni 2008

Jan moet stoppen

Jan Marijnissen moet stoppen als fractievoorzitter van de SP.
Gezondheidsredenen die zich al een tijd lang aankondigden, zijn de oorzaak.
't Is jammer, niet omdat ik het zo vaak met hem eens was, maar omdat ik waardering heb gekregen voor zijn vermogen, om uit het verband van klein-links te springen en verder te kijken dan de ideologische neus lang was.

Hij zou in staat zijn geweest, om het impossibilistische standpunt van de SP over Europa recht te buigen.

Gelukkig is de populistische agitator voor het afwijzende Europa-standpunt van de SP, niet in de running voor de opvolging (Nu.nl):
SP-Kamerlid Harry van Bommel, een andere oudgediende in de fractie, heeft aangegeven geen interesse te hebben in de functie.
De andere kandidaten zijn de oudgediende Agnes Kant, arts en opgegroeid met het community-werk van de SP en justitiewoordvoerder De Wit. Die stelde dat hij overweegt zich kandidaat te stellen. "Maar je zult het moeten afwachten."

Wij wachten af.

04 april 2007

Waarom Jan Marijnissen er toch niet erg ver naast zat

Opnieuw opwinding in Holland.
Opnieuw, schijnbaar, over paspoorten, immigranten en tolerantie.
Nederland is waaratje wel betrokken bij dringendere zaken. Maar daarover deze keer maar eens niet.
Zonder omwegen naar SP-leider Jan Marijnissen, dus, die zaterdag in "De Telegraaf" zei, dat het "een dikke plus" zou zijn als PvdA-staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb zouden kiezen voor één van hun twee paspoorten, het Nederlandse liefst.

Ik doe niet mee met de heren-van-de-selectieve-verontwaardiging die nu over Jan-met de-pet heenvallen. Ook niet met de commentatoren die alles meteen betrekken op de positie van betrokken politicus. Het is het weerbericht niet. En al evenmin over de vraag of het aardig van Jan was tegenover de PvdA, al was het dat niet.


Jan Marijnissen 2003. Foto Maurice Boyer, NRC-Handelsblad.

Ik wil het hebben, over wat ik denk, dat de achtergrond is van het specifieke SP-Marijnissen standpunt in deze kwestie. Dat is interessant en belangrijk, want het raakt aan een heel fundamenteel gebrek, of noem het handicap, of weeffout, in de Nederlandse cultuur. En de SP onder leiding van Marijnissen is van begin af aan ingegaan tegen berusting in dat gebrek. Eerst, zoals wij allemaal, zoekend en soms missend, maar met de tijd steeds duidelijker en gerichter.

Het geldt de onverschillige ondergrond van de fameuze Nederlandse tolerantie. Onverschilligheid, paradoxalerwijze sterk verbonden met xenofobie, dus met intolerantie, die in de afgelopen jaren luidruchtig naar de bovengrond is verhuisd.

"De Lege Tolerantie - Over vrijheid en Vrijblijvendheid in Nederland"
is een bundel artikelen van Nederlandse auteurs (Boom, 2001) van zowel linkse- als rechtse signatuur, waarin wordt afgerekend met de zelfgenoegzame illusies die samengaan met de idee van "souvereiniteit in eigen kring", het steriele ideaal van "diversiteit" als grondbeginsel, enzovoort. Het begon blijkbaar al te dagen in 2001, een jaar voor de Fortuyn-omwenteling. Diversiteit is niet plat en onbeweeglijk. In de practijk betekent diversiteit een onuitgesproken hiërarchie. En binnen een hiërarchie hebben degenen die bovenaan zitten er onvermijdelijk belang bij, dat de diversiteit zo gestructureerd blijft als ze is. Emancipatie, empowering, zijn er niet bij.

Cliëntelisme
Vertaald naar economische-, sociale- en politieke verhoudingen, leidt dat tot cliëntelisme. In ruil voor de meegebrachte stemmen, wordt aan een lid van een groep die lager in de sociale hierarchie staat, een junior-plek aangeboden in bedrijf, gemeenteraad of stichtingsbestuur.
Emancipeert de betrokken cliënt te veel, "krijgt hij/zij teveel praatjes", dan volgt vervanging door een volgzamer groepslid. Behalve, wanneer het een Hirsi Ali is, die negatieve dingen over haar achterban durft te zeggen, die aansluiten bij vooroordelen die een nette tolerant haast niet durft te denken, laat staan uitspreken. En dan nóg: Der Mohr hat seine Schuldigkeit getan - der Mohr kann gehen. In dit geval naar een volgende tijdelijk plek, het neoconservatieve American Enterprise-Institute.

De Polder als bevrijding en begrenzing
Waar komt die typisch Hollandse (niet: Nederlandse-) lege tolerantie vandaan? Letterlijk: Uit de polder. En het is in beginsel een waardevol cultuurgoed! De beheersing van het water vanuit steeds dieper wegzakkende landerijen, dwong tot een ver doorgevoerde samenwerking tussen naburen, want de in de middeleeuwen ruimschoots voorradige edelen en kerkelijke vorsten leenden zich niet ervoor om daaraan leiding te geven. Het was zelfbeheer, zelforganisatie en het vergde een democratische-, zij het dwingende-, sociale structuur. De bewoners en gebruikers van de laagste van de Lage Landen zijn er zodoende aan gewend geraakt om hun eigen boontjes te doppen, vreemde inmenging te weren en (polder-)compromissen te sluiten met aanpalende waterschappen en, als het moest, met de overkoepelende hoogheemraadschappen, die men nodig had, om toe- en afvloeiing van water eerlijk te verdelen en uitgangen naar zee en grote meren te verschaffen. Naar dat model was de Republiek de Zeven Provinciën tot 1797 georganiseerd. Diversiteit werd al getolereerd, namelijk in de vorm van de minder lage (en minder rijke) provinciën en in de Generaliteitslanden Brabant en Limburg, die nog iets lager op de diversiteitsladder-hiërarchie stonden. (De laatste waren niet eens vertegenwoordigd in de Generale Staten in Den Haag.)

Naar dit model ook, heeft de Nederlandse godsdienstbeleving vorm gekregen: Consistorieën waren kleine waterschappen die souverein wilden blijven in eigen kring. Synodes alleen bij hoge noodzaak, een verhouding, zoals die tot hoogheemraadschappen. Het werkte (en werkt nog) door tot in de oppositiebewegingen in de RK Kerk. Het werkte ook door tot in Nederlands-Indië, waar het Binnenlands Bestuur de inlandse "diversiteit", tolereerde, ja zelfs instandhield, mits de Hoofden van Lebak maar hun achterban volgzaam hielden. Gods water over Gods Akker laten lopen, maar wel door de door ons aangewezen slootjes.

De Zuil als identiteitssymbool
Dusdoende, ontwikkelde zich op nationaal niveau het zuilenstelsel. Identiteit ontleend aan de eigen zuil, solidariteit vrijwel uitsluitend binnen de eigen zuil, hiërarchisch gestructureerd zelfbeheer binnen de zuil, waarbij aan de zuilenleiders werd overgelaten om met de andere zuilenleiders te polderen. Zo verwerd een uniek, zelfbewust en vrijheidlievend systeem, afgezien van anarchistische- (Friesland en Groningen, Amsterdam) en anti-autoritaire uitgroeisels, tot een ongeschreven-, voor een buitenstaander of immigrant moeilijk doorzichtig-, star systeem van gedragscodes, buitenwettelijke tolerantie en isolement.

Op de helft van de vorige eeuw, stortte het systeem ineen. De expansief toegenomen communicatie, de migratiebewegingen binnenslands ten behoeve van industrie en handel, de leegloop van het platteland, de emancipatie van de vrouw, de crisis van de ideologieën en de religies - alles droeg ertoe bij, dat er behoefte ontstond aan andere-, nieuwe-, grondslagen voor solidariteit en onderlinge ondersteuning bij emancipatie. De polder was definitief te klein geworden als referentiekader.

"Referentiekader" is identiteit
Bij gebrek aan nieuwe referentiekaders echter, blijven de oude als mythen voortbestaan. Ze zijn ons dierbaar als lastige familieleden. De Communistische Partij, noch de Sociaaldemocratie, hebben in Nederland de moed gehad, om te doen wat de SP probeert, namelijk: nieuwe referentiekaders voor onderlinge solidariteit te scheppen. De SP is daarmee begonnen op de schaal van de wijk, de volksbuurt. Niet meer met gezamenlijk waterbeheer, maar met gezamenlijk gezondheidsbeheer, dat zijn verlengde kreeg in allerlei andere vormen van belangenbehartiging op solidaire schaal. De SP wist, of ontdekte, dat "referentiekader" een abstract, droog, begrip is. Een bundeling van mensen, bereid en in staat tot solidariteit, dus tot opofferingen van het individu voor het geheel, behoeft een gezamenlijke mythe, een eigen identiteit. "Ik ben Ossenaar" houdt in, dat ik behoor tot de mensen die zich geëmancipeerd hebben uit de slachterijen en de reuzenfabriek van Van den Bergh & Jurgens. Ik ben trots op ons eigen margarine-museum, waar wordt bewaard, hoe mijn oom, mijn grootvader en mijn zuster moesten werken. En hoe ze zich uit dat lot hebben weten los te maken.

Zonder identiteit, geen solidariteit!
Diversiteit: De echte, de relevante, diversiteit zit in de mensen zelf. Ik heb niet één identiteit (Ossenaar), maar ik ben ook katholiek, of juist niet, en ik ben Brabander, of juist niet. Diversiteit tussen mensen berust niet op een vast identiteiten-patroon, maar op een wisselend, zich ontwikkelend (soms verschralend) bont patroon van individuele identiteitssamenstellingen.

Niveau van referentiekader, niveau van identificatie, trots en vermogen tot zelfopoffering en ... èchte tolerantie
Meer en meer wordt macht uitgeoefend boven het overzichtelijke naburen- en kleine-stads-niveau. Daarom heb ik ook een Nederlandse- (niet, voor alle Nederlanders: Hollandse- ) identiteit. En een Europese-. Maar daar komen we later nog op terug.
Anders dan anderen, heeft Jan Marijnissen gezien, dat het schort aan die nationale, Nederlandse identiteit. Niet omdat-i een nostalgische, Fortuyn-gelijke, liefhebber van nationale sprookjes zou zijn, maar omdat Marijnissen heeft gezien, dat, waar solidariteit op nationale schaal geboden is, om doeltreffend tegenmacht te ontwikkelen die de Haagse hiërarchieën tegenspel kan bieden, in dit land de daarvoor nodige identiteit is verdronken in een lege tolerantie. In onverschilligheid en in stiekeme uitbuiting van hiërarchische diversiteit.

Zoals we zagen, is identiteit verbonden met trots, een openlijk beleden verbondenheid met je familie, je buurt, je polder, je provincie, je land, je taal, je beschaving. Alleen als je echt trots kunt zijn op je identiteit, als je hem niet heimelijk wegstopt onder "diversiteit", kun je de ander in zijn of haar waarde laten. Niet meer bang voor besmettingsgevaar. Geen onuitgesproken hiërarchieën meer. De ander is niet meer alleen een potentiële cliënt, een potentiële patroon, maar iemand met wie je hoopt je identiteit, of een stukje daarvan te kunnen delen. Je hoopt niet meer, dat die ander "op zijn plaats blijft" en "geen praatjes krijgt", maar je streeft ernaar, dat die ander in vrijheid zijn plek kan vinden in de samenleving, al naar gelang zijn capaciteiten en zijn vermogen om met behulp van de met jou gedeelde identiteit en de identiteit die hij met jou deelt, bij te dragen aan het geheel.

Bestaan er twee of meer Nederlandse identiteiten?
Moeten we Jan nu verwijten, dat hij zich onvoldoende distantiëert van de hulpeloze- en soms ronduit lachwekkende- pogingen van de Balkenendes om naar negentiende-eeuws model een Nederlandse culturele "canon" (model-Dik Trom en Zijn Dorpsgenoten) te fabriceren? De rauwe vlootvoogd Michiel de Ruyter, slachter van de Barbarijse zeelieden en vissers, was inderdaad een ongelukkig voorbeeld. De Compagnie? In haar begintijd, vroege zeventiende eeuw, een belangrijke vernieuwing ten opzichte van de Spaanse roofpraktijken. Maar later verworden tot een log en corrupt lichaam, verntwoordelijk voor verschillende genocides, onder andere op de Molukken. De Geuzen? Hun tijd vooruit als succesvolle guerrillabeweging, maar ook verantwoordelijk voor de Gorkumse martelaren, die door een derde van de Nederlandse bevolking met wrok worden herdacht op Pasen. Kortom, niet verwonderlijk, de Nederlandse geschiedenis is even divers als die van andere landen. De Ruyter hoort erbij. JPCoen en Colijn horen erbij. Alleen zijn wij (hopen we) intussen begiftigd met een dieper inzicht dan zij konden hebben in hun tijd. Het is dus verkeerd, om, zoals tot dusverre veel is gedaan in socialistische kring, de De Ruyters, de Coens, de Sara Burgerharts zelfs, in de ban te doen en in te delen bij de top bvan één of andere, intussen afgebrokkelde, zuil. Ze zijn allemaal een beetje van ons, maar identiteit betekent niet, dat we ons helemaal met hen hoeven te identificeren. Het zijn lastige familieleden, die we toch niet laten vallen.

We laten ons niet een stuk van onze geschiedenis afpakken
Daarom heeft Jan Marijnissen gelijk, als hij zich niet in een ideologisch hoekje wil laten dringen, waarin alleen Multatuli, PJ Troelstra, Henriette Roland Holst en Piet Nak relevant zouden zijn. Dat alles is niet in een "canon" te vatten. De commissie van historici die daarover rapporteerde, had stelde terecht: Wat relevant is voor de identiteit, verschuift en vernieuwt zich onophoudelijk. Niets om niet trots op te zijn.

Jan dùrft!
En zo komen we terug bij Marijnissen en de paspoorten. Jan steekt zijn nek uit, want de weerstand, ook bij zijn achterban, om zich trots en kwetsbaar op te stellen, openlijk zijn identiteit te tonen en daaraan en daarmee te werken, is groot en cultureel bepaald. Ze is onderdeel van de geperverteerde identiteit van de waterschappers. Het is moedig, om daar, zo nodig, tegenin te gaan. Dat is precies wat Jan in De Telegraaf deed. Wat hij zei, was niet in de eerste plaats een boodschap aan Aboutaleb en aan Albayrak. Agnes Kant heeft dat intussen ook al rechtgezet. Het was een boodschap aan de eigen achterban: Wees trots op je identiteit als Nederlander. Ga er zorgvuldig mee om en laat hem je niet, ook niet gedeeltelijk, afpakken.

Het Kàn Verkeren (Breero, 1624)
Heel lang geleden, toen Erik Meyer en ik nog heel jong en groen waren, verschilden hij en ik in ons woninkje in Betondorp ernstig van mening op dit punt. Erik vond dat "nationalisme" gevaarlijk was voor arbeiders. Ik zag -een beetje- de kracht ervan, zoals ik die nu en hier zie. Intussen houdt Erik al weer jarenlang voor de SP een zetel in het Europese Parlement warm. Of, beter gezegd, lauw. Met zijn vermogen tot identificatie met standpunten die hij slechts onder zelfopoffering kan vertegenwoordigen, is hij daar kampioen van de negatie van Europa ten behoeve van een Nederlands nationalisme, dat, zoals hij ook weet met een aktieve betrokkenheid bij het Europese niveau niet in strijd hoeft te zijn. Maar de SP heeft zich nog niet durchgerungen tot het inzicht, dat ook Europese solidariteit, dus: trots op die Europese identiteit, nodig is voor de moderne arbeider, pardon: werknemer.

Dat gaat echter ook nog wel komen. Misschien al gauw. Tenslotte is de SP opgestegen van buurtniveau, via dorps- en kleinsteeds niveau naar landelijk peil. Jan zit in het buitenland. Dat is een goed begin. Straks, we zullen het nog meemaken, voert de SP actie voor een sterker, solidair Europa, beschermster van sociale verworvenheden, aaneengesmeed door een basisverdrag dat mensenrechten, minimumlonen, veiligheid en eerlijke pensioenen regelt. Die de funeste gevolgen van globalisering en delocatie tegenhoudt. Kan Harry van Bommel naar het museum, waar we trots op hem kunnen zijn. Want hij blijft één van ons.

Kijk, dat is nou identiteit, waarzonder soldariteit niet gedijt!
Related Posts with Thumbnails